zondag 7 augustus 2011

Laat ons loflied voor U zijn als een reukwerk





Let Our Praise to You Be As Incense
@by Brent Chambers


Let our praise to You be as incense
Let our praise to You be as pillars of Your throne
Let our praise to You be as incense
As we come before You and worship You alone
As we see You in Your splendour
As we gaze upon Your majesty
As we join the hosts of angels
And proclaim together Your holiness


Holy, holy, holy
Holy is the Lord
Holy, holy, holy
Holy is the Lord






Laat ons loflied voor U zijn als reukwerk
Laat ons loflied voor U zijn als zuilen voor uw troon

Laat ons loflied voor U zijn als reukwerk
Wij verhogen en eren U
Vader, Geest en Zoon

Nu w'U zien, Heer, in uw schoonheid
U aanschouwen in uw majesteit
En wij samen met de engelen
U belijden als de Heilige

Heilig, heilig, heilig
Heilig is de Heer 
2X

Waardig, waardig, waardig
Waardig is de Heer
2X

Jezus, Jezus, Jezus,
Jezus is de Heer
2X

Ik kom in uw heiligdom binnen






In Through the Veil
Words and Music by Bruce Clewett

In through the veil now we enter
Boldly approaching Your throne
Bearing a sacrifice of fragrance sweet
The fruit of some seeds You have sown
From our lips we offer these praises
May You be blessed as we sing
Lord, we adore You, like incense before You
Our worship ascends to the King
Welling up within our hearts
Is a song of praise to You
We lift up our hands with our voice

Blessings and honour
Glory and power be unto You
Let us rejoice, rejoice
Blessings and honour
Glory and power be unto You
Let us rejoice




Opwekking 192
IK KOM IN UW HEILIGDOM BINNEN

Ik kom in uw heiligdom binnen,
't voorhangsel ga ik voorbij.
Ik breng U mijn offer, een zoete geur,
vrucht van wat U deed in mij.
Mijn mond brengt een offer van lof, Heer.
't Gaat nu alleen om uw eer.
't Reukwerk van mijn lofgezang
stijgt op in uw woning.
Ik kniel voor de troon van mijn Koning.
Samen met mijn stem hef ik
ook mijn handen op tot U,
het loflied komt diep uit mijn hart.

Lofprijs, aanbidding,
glorie en kracht komen U toe,
God van 't heelal voor eeuwig.
Lofprijs, aanbidding,
glorie en kracht komen U toe,
God van 't heelal.




zaterdag 6 augustus 2011

Mijn Geliefd Kind ... hier spreek je Vader



Mijn Geliefd Kind ... hier spreek je Vader

Hoor wat je Vader, je Koning, de Schepper 
en de onderhouder van het hele heelal, tegen je zegt:

Gebed is de manier waarop je met Me praat.
Sommige gebeden zul je zingen, anderen zul je huilen
Met al je gebeden verbind je je met Mij.
Als je bidt met je mond, uit je wat er in je hart is.
Laat vertrouwen, dankbaarheid, ontzag en liefde
Vloeien vanuit je hart naar je lippen, in gebeden.
Bid als je je dicht bij me voelt,
En bid als je afstand voelt.
Bid als je je opgericht en geestelijk voelt,
En bid als je je laag voelt en onwaardig.
Bid als je hart vol is
en bid als je hart leeg is.

Waar kun je voor bidden?
Voor leiding en wijsheid,
Gezondheid en voorspoed
Voor het materiële en het geestelijke
Voor alles wat je nodig hebt.

Hoe zou je moeten bidden?
Met je tranen en je vreugde
Met je verstand en met je hart
Met je lichaam en je ziel.

Als je de kracht van gebed waardeert,
zul je tot Me bidden met vreugde en opgewondenheid
tot Me bidden met vuur en passie
tot me bidden met ontzag en verwondering.

Wanneer is het vooral belangrijk om tot Mij te bidden?
Als het leven pijnlijk is of moeilijk,
Als je verward bent of overweldigd,
Altijd als je het zwaar hebt, als je lijdt.

Door gebed
Verhef je jezelf en kom je de ‘geestelijke’ wereld in,
Breid je je bewustzijn uit,
Laat je je ziel zweven.

Als je bidt,
mediteer dan op datgene wat eeuwig is.
Reflecteer op de woorden die je zegt.
Besef de ontzagwekkendheid van Degene tot wie je je richt.
Vergroot je liefde voor Degene tegen wie je spreekt.

Wat zul je vinden in gebed?
Zuiverheid en innerlijke vrede
Inzicht en perspectief.
Inspiratie en bekrachtiging.
Met gebed zul je vinden,
Je liefhebbende Vader en machtige Koning.

Ik kijk ernaar uit van je te horen Mijn geliefd kind.
En dat is de reden dat je veel zult hebben om over te zingen,
veel om over te huilen en veel om voor te vragen.

Je liefhebbende VADER

vrijdag 5 augustus 2011

Voorbereiding tot verandering door gebed.



Hgl.2:14 Mijn duif in de rotskloof, verscholen in de bergwand, laat mij jouw gestalte zien, laat mij je stem horen, want jouw stem is zo lieflijk en jouw gestalte is zo aantrekkelijk.


Inhoudsopgave:


A: Jezus omarmt de Bruid in haar zwakheid.
A1: Twee soorten duiven.
A2: Van gewone duif tot tortelduif.
A3: Jezus ziet de Bruid door het volbrachte werk van het kruis heen.
A4: Het geheim van de opstanding.


B: De oproep tot een leven van gebed.
B1: Komen tot Hem.
B2: Jezus openbaart de schoonheid van de Bruid.
B3: Zijn oproep om onze stem te laten horen.


C: Van intimiteit naar activiteit.
C1: De ingang van Gods huis zoeken.
C2: Gods altaren vinden.
C3: In het huis van God wonen.
C4: Werken aan een rein hart.
C5: Een gebedsleven ontwikkelen.
C6: Zalving ontvangen.
C7: Uitgaan in de kracht van de Heilige Geest.


D: De noodzaak van voorbede als voorbereiding.
D1: Inleiding.
D2: Zoeken naar apostolische autoriteit.
D3: Kracht ontvangen in zwakheid.
D4: Vier zegeningen van een levensstijl van vasten.
D5: God wil ons overtuigen.




A: Jezus omarmt de Bruid in haar zwakheid.
Hgl.2:14a Mijn duif in de rotskloof, verscholen in de bergwand……


A1: Twee soorten duiven.
Hgl.2:14a Mijn duif in de rotskloof……


In Hgl.2:12 wordt gesproken over de tortelduif (towr), maar hier in Hgl.2:14 wordt gesproken over een gewone duif (yownah); tussen deze twee is een aanmerkelijk verschil. De duif komt in Palestina in een aantal soorten voor en wordt in de Bijbel herhaaldelijk vermeld. Van de wilde duiven komt de rotsduif het meest voor. Men vindt ze overal waar zij een nest kunnen bouwen, vooral in het bergland tussen de klippen, in de rotskloven en in oude muren. In grote aantallen leeft de rotsduif in de rotsachtige dalkloven die op het meer van Gennesareth, het Jordaandal en de Dode Zee uitlopen.
Behalve deze duiven komen in Palestina ook tortelduiven voor; deze maken een zacht kirrend geluid. Het is een mooie vogel, die behoort tot de trekvogels. Zij komt in de eerste helft van april in Palestina en is gemakkelijk te vangen en te temmen. Als de Bijbel over tortelduiven spreekt, wordt meestal deze soort bedoeld.


Jer.8:7 De ooievaar aan de hemel, de tortelduif en de gierzwaluw kennen de tijd van hun trek, maar mijn volk kent niet de orde van de Heer.


Bij het brengen van duivenoffers valt het op dat de tortelduiven bijna overal vóór de jonge duiven genoemd worden behalve in Lev.12:6. Een offer van tortelduiven stond blijkbaar iets hoger aangeschreven dan een offer van jonge duiven. Mogelijk was dit zo omdat tortelduiven slechts paarsgewijs gehouden werden, terwijl gewone duiven gewoonlijk in grote aantallen gefokt werden. Bovendien moesten de tortels altijd volwassen zijn, de gewone duiven niet.


A2: Van gewone duif tot tortelduif.
Hgl.2:12 …… het geluid van de tortelduif wordt in het land gehoord.


De Heer daagt Zijn Bruid uit om vanuit de onvolwassenheid van de gewone duif uit te groeien naar de volwassenheid van de tortelduif; er zijn namelijk een paar opmerkelijke verschillen tussen deze twee soorten duiven.


1) De gewone duif was geen trekvogel, terwijl de tortelduif dat wel was (Jer.8:7).
2) De gewone duif was schuwer dan de tortelduif, die gemakkelijker te temmen was.
3) De tortelduif was sterker trouw gebonden dan de gewone duif.
4) De tortelduif moest als offerdier volwassen zijn, de gewone duif niet.


Het Hebreeuwse woord voor ‘tortelduif’ is ‘towr’ dat afgeleid is van het werkwoord ‘tuwr’ wat de betekenis heeft van ‘verkennen, onderzoeken’. De Heer Zelf zoekt een rustplaats voor Zijn volk, want Hij heeft Zelf ook het karakter van een tortelduif.


Num.10:33 Nadat ze bij de berg van de Heer vandaan gegaan waren, trokken ze drie dagen verder. De ark van het verbond met de Heer ging voor hen uit om een rustplaats voor hen te zoeken.


Ezech.20:6 Op die dag zwoer Ik hun dat Ik hen uit Egypte weg zou leiden naar het land dat Ik voor hen had uitgezocht, een land dat overvloeit van melk en honing, de parel onder de landen van de wereld.


De Heer daagt Zijn Bruid uit om te worden als een tortelduif die haar lieflijke geluid overal in het land laat klinken; daarvoor moet zij een trekvogel zijn en zich niet langer verschuilen in bergwanden. Daarvoor moet zij ook trouw zijn aan haar enige Levenspartner, Jezus de Bruidegom, en daarom is het noodzakelijk dat zij opgroeit in volwassenheid. Maar nu is zij nog de kleine gewone rotsduif; in de beeldspraak spreekt de duif vooral van de aanwezigheid van twijfel en angst. Daarbij komt vaak haar vlugheid goed van pas; deze duif is een beeld van de onverwerkte angsten in het hart van de Bruid.


Ps.55:7-9 Had ik maar vleugels als een duif, ik zou opvliegen en neerstrijken, ver, ver weg zou ik vluchten, overnachten in de woestijn, haastig beschutting zoeken tegen de vlagen van de stormwind.


A3: Jezus ziet de Bruid door het volbrachte werk van het kruis heen.
Hgl.2:14a Mijn duif in de rotskloof……


Hier wordt de Bruid vergeleken met een schuwe duif die haar veiligheid zoekt in een rotskloof; voor de Bruid is de tuin van Jezus (Hgl.2:4) met de tafel van het volbrachte werk (Hgl.1:12) op het kruis de veiligheid van een rotskloof. Zij wil haar hele leven doorbrengen in de schaduw van deze rots die Jezus voor haar geworden is; daar wil zij genieten van de overvloed van het wijnhuis waar de banier van Jezus’ liefde boven haar is. En Jezus is inderdaad de rots van God die ons gegeven is, zodat wij een onwankelbaar fundament onder ons leven kunnen hebben; dit fundament is sterk en eeuwig.


1 Kor.10:3-4 En de Israëlieten aten allemaal hetzelfde voedsel en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Zij dronken uit de geestelijke rots die hen volgde, en die rots was Christus.


1 Kor.3:11 Want niemand kan een ander fundament leggen dan dat er al ligt, Jezus Christus Zelf.


De kloof in de rots is de plaats waar God Mozes verborg, toen de glorie van God aan Mozes voorbij ging. God bedekte deze plaats met Zijn hand om Mozes te beschermen tegen het vuur van Gods glorie, want niemand kon God zien en in leven blijven.(Ex.33:23).


Ex.33:21-22 Toen sprak de HEER: Er is een plaats op de rots waar je dicht bij Mij kunt komen staan. Als dan Mijn majesteit voor je langs gaat, zal Ik je in een kloof laten schuilen en Mijn hand beschermend voor je houden tot Ik voorbij ben.


Het Hebreeuwse woord voor ‘kloof’ is ‘chagav’ wat afgeleid is van een woord dat te maken heeft met het zoeken van een toevlucht; deze kloof is dus een symbool van het verlossende werk van Jezus aan het kruis van Golgotha en de bedekkende hand van God is een symbool van het werk van de Heilige Geest. Deze kloof spreekt van de wond in de zijde van Christus, de rots van God. Dankzij Zijn wonden en striemen ontvangen wij Zijn vergeving en genezing (Jes.53:5). Deze kloof in de rots spreekt van de dood van Jezus Christus, en daar vinden wij een veilige plaats om een relatie met onze hemelse Vader te hebben op basis van Zijn wonden en striemen. Wij zijn geborgen in Hem.


Kol.3:3 U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God.


A4: Het geheim van de opstanding.
Hgl.2:14a Mijn duif …… verscholen in de bergwand.


Terwijl de rotskloof spreekt van de dood van Christus op het kruis, spreekt de bergwand van de opstanding van Christus uit de dood. Het Hebreeuwse woord voor bergwand is ‘madregah’ wat wonderlijk genoeg te maken heeft met een werkwoord dat ‘stappen’ betekent. De Bruid zit in een geheime schuilplaats in de bergwand maar wordt toch uitgenodigd om stappen te ondernemen en in beweging te komen; bergwanden kunnen alleen maar beklommen worden door je voeten te gebruiken.
Hoewel zij nog in haar veilige plaats in de tuin achter de muur zit, ziet Jezus haar al in de bergen aanwezig, want ook daar heeft zij een veilige plaats; zij zit verscholen in de bergwand temidden van de vijanden. Dit is een verwijzing naar haar veilige positie in de opstanding van Christus; niet alleen de dood van Jezus geeft haar veiligheid, ook Zijn opstanding geeft haar bescherming in een leven op aarde.


Ef.2:6 Hij heeft ons samen met Hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen in Christus Jezus.


Paulus bad voor deze gelovigen uit Efeze dat de ogen van hun hart geopend zouden worden (Ef.1:18) om de overweldigende kracht van God te kunnen zien (Ef.1:19), dezelfde kracht waarmee de Vader Zijn Zoon Jezus uit de doden opwekte.


Ef.1:20 Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan Zijn rechterhand.


De Bruid mag leren ontdekken dat de kracht van de opstanding niet alleen aanwezig is in de tuin van Gods overvloed maar ook in de bergen waar vijanden aanwezig zijn; ook daar is zij veilig in de geheime schuilplaats in de bergwand. Deze schuilplaats zit letterlijk in een steile bergwand, een plaats die door gewone mensen onmogelijk te bereiken is (Kol.3:3-4); het is een hooggelegen plek die het menselijk vermogen op de proef stelt, want men moet er naartoe klauteren. Het gaat hier niet alleen maar om onze positie in Christus, maar ook om het ervaren van het omhoogklimmen naar deze positie. De Heer vraagt hier van Zijn geliefde dat zij het leven van het kruis in praktijk brengt, en dat zij een levend voorbeeld wordt van opstandingsleven. Wanneer zij met Jezus verenigd is in Zijn kruis, zal haar stem voor Hem lieflijk zijn en haar gestalte aantrekkelijk; het is de positie in de rotskloof die dat realiseert.


B: De oproep tot een leven van gebed.
Hgl.2:14b ……laat mij jouw gestalte zien, laat mij je stem horen, want jouw stem is zo lieflijk en jouw gestalte is zo aantrekkelijk.


B1: Komen tot Hem.
1 Petr.2:4 Voeg u bij Hem, bij de levende Steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om Zijn kostbaarheid.


Jezus roept haar op om tot Hem te komen in vertrouwen in plaats van bij Hem weg te gaan in schuldgevoel. Zij mag zichzelf aan God presenteren in vertrouwen op de dood en opstanding van Jezus; het kruis van Golgotha is de lens waardoor God naar ons kijkt. Jezus wil haar gezicht zien als zij Hem aanbidt, en Hij wil haar stem horen als zij roept om hulp in de crisis, die vlakbij is. Het horen van onze stem in gebed is aantrekkelijk voor Jezus en om haar in aanbidding te zien verwarmt Zijn hart. Hij weet dat zij bezig is een compromis te sluiten, maar Hij weet ook dat dit niet voortkomt uit rebellie maar uit onvolwassenheid en zwakheid. Juist in tijden van nood, wanneer wij God het hardst nodig hebben, is de neiging om van Hem weg te lopen het sterkst, maar juist in zulke momenten van zwakheid en compromis roept God ons op om tot Hem te komen met vertrouwen in het volbrachte werk en dankzegging voor onze redding.


Ps.50:14-15+23 Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft. Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden en jij zult Mij eren…… Wie een dankoffer brengt, geeft Mij alle eer, wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.


God roept ons op om met vertrouwen in de rotskloof van Jezus’ lijden en sterven te staan en met geloof te schuilen in de bergwand van Zijn opstanding. Hij roept ons op om de crisis niet alleen op te willen lossen, maar Zijn hulp in te roepen.


Hebr.4:16 Laten wij dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.


B2: Jezus openbaart de schoonheid van de Bruid.
Hgl.2:14b ……laat mij jouw gestalte zien…… jouw gestalte is zo aantrekkelijk.


In dit gedeelte openbaart de Koning-Bruidegom Zijn hart vol van genegenheid en liefde voor Zijn Bruid door te verklaren, dat zij mooi is temidden van haar worsteling met angst; Hij roept haar op tot volledig vertrouwen in Hem in een tijd van zwakheid. Hij weet hier en nu al dat Hij in Hgl.2:17 door haar zal worden afgewezen, want zij laat Hem alleen de bergen in gaan. Zo zei de Heer ook tegen Petrus, dat deze Hem zou verloochenen vanwege de angst in zijn hart; de Heer wist dat het hart van Petrus zwak was, maar ook dat in zijn geest een gewillige liefde voor Jezus aanwezig was (Matt.26:41).


Dit gedeelte van Hooglied onthult de diepe liefde van de hemelse Bruidegom. Door haar opnieuw Zijn duif te noemen, net als in Hgl.1:15, bevestigt Hij, dat Hij nog steeds gelooft in haar oprechte bedoelingen, hoewel ze worstelt met angst. Het Hebreeuwse woord voor gestalte is vooral een aanduiding van het gezicht; Jezus roept Zijn Bruid op om haar gezicht aan Hem te tonen, want Hij wil haar in de ogen kijken zodat zij kan zien hoeveel liefde er in Zijn ogen is. Daarom roept de Bijbel ons zo vaak op om te verschijnen voor het aangezicht van de Heer; dan kunnen wij de vurige passie en hartstocht in Zijn ogen lezen.


B3: Zijn oproep om onze stem te laten horen.
Hgl.2:14b …… laat mij je stem horen, want jouw stem is zo lieflijk……


Hier nodigt Jezus de Bruid uit om binnen te stappen in een van de hoogste dimensies van haar roeping, namelijk om zich toe te wijden aan gebed; het is een van de meest intense verlangens van Jezus dat Hij kan luisteren naar onze stem. Het is ook de allerlaatste opdracht die Jezus in het boek Hooglied aan de Bruid geeft.


Hgl.8:13 Jij die in de tuinen woont, mijn vrienden luisteren naar jouw stem; laat vooral mij ernaar mogen luisteren!


Voorbede - dat is onze stem in de hemel laten horen - is ook de allerlaatste activiteit van de Bruid van Christus in de Bijbel. Aan het eind van het boek Openbaring lezen we over het enige moment in de geschiedenis waarop de Gemeente van Jezus volledig instemt met de Heilige Geest; op het moment dat dit gebeurt wordt de Gemeente dan ook de Bruid van Christus genoemd.


Openb.22:17+20b De Geest en de Bruid zeggen: Kom! …… Amen! Kom Heer Jezus!


Jezus komt als antwoord op het gebed van de Bruid door de zalving van de Heilige Geest; de Bruid zegt wat de Heilige Geest zegt en de Bruid doet wat de Heilige Geest doet, want dat is de essentie van het Vaderhart van God en het bruidsperspectief. Jezus is de hogepriester van de voorbede (Hebr.7:25), en de Heilige Geest is de Geest van de voorbede (Rom.8:26-27, Zach.12:10) en daarom is ook de Gemeente de Bruid van de voorbede (Jes.30:18-19). Het is eerst nodig dat de Bruid met God over de mensen praat voordat zij met de mensen over God kan praten. Daarom roept Jezus ons op om onze stem in de hemel te laten horen voordat wij onze stem op aarde laten horen.


C: Van intimiteit naar activiteit.
Hgl.2:13b+14b Sta op, mijn mooie vriendin, en kom mee!...... laat mij je stem horen……


Psalm 84 toont ons een prachtige weg waarin wij beginnen met intimiteit en uitgroeien naar activiteit; we komen eerst tot Jezus en worden voorbereid op het werk; daarna gaan we uit met Hem.


C1: De ingang van Gods huis zoeken.
Ps.84:2-3 Hoe lieflijk is Uw woning, HEER van de hemelse machten. Van verlangen smacht mijn ziel naar de voorhoven van de HEER. Mijn hart en mijn lijf roepen om de levende God.


In de eerste fase van ons leven met God hongeren wij naar Zijn tegenwoordigheid; ons hart smacht van verlangen en roept om de ervaring van Zijn nabijheid. Dit is de fase waarin ons zoeken centraal staat; het is een tijd waarin wij door de deur van Gods tegenwoordigheid naar binnen gaan, maar we zijn op zoek naar de troon van Zijn tegenwoordigheid. We willen niet alleen maar binnen zijn, we willen verder zoeken totdat wij Hemzelf gevonden hebben.


Ps.27:4 Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van de HEER te aanschouwen, Hem te ontmoeten in Zijn tempel.


C2: Gods altaren vinden.
Ps.84:4 Zelfs de mus vindt een huis en de zwaluw een nest waarin ze haar jongen neerlegt, bij Uw altaren, Heer van de hemelse machten, mijn koning en mijn God.


In de tabernakel van Mozes stonden twee altaren; in de voorhof stond het brandofferaltaar en in de eerste tent (het heilige) stond het reukofferaltaar. Het brandofferaltaar is een geestelijk symbool van het kruis van Golgotha, terwijl het reukofferaltaar een symbool is van de aanbidding in geest en waarheid (Joh.4:23-24). Wanneer wij de tegenwoordigheid van God binnengaan staan wij altijd eerst stil bij alles wat Jezus voor ons op het kruis volbracht heeft; daarna gaan wij verder om God te aanbidden voor alles wat Hij voor ons gedaan heeft.


C3: In het huis van God wonen.
Ps.84:5+11 Gelukkig wie wonen in Uw huis, gedurig mogen zij U loven…… Beter één dag in Uw voorhoven dan duizend dagen daarbuiten, beter op de drempel van Gods huis dan wonen in de tenten der goddelozen.


We gaan het huis van God niet naar binnen om daar te werken maar om er te wonen; Gods tegenwoordigheid is bedoeld als een rustplaats, niet als een werkplaats. Toch zal ons verblijf in de tegenwoordigheid van God ons meer veranderen dan al onze menselijke inspanning om een heilig leven te leiden. Wanneer wij kijken in de glorie van Gods aangezicht zullen wij blijvend en diep ingrijpend veranderd worden (2Kor.3:18).


C4: Werken aan een rein hart.
Ps.84:6-7 Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken, met in hun hart de wegen naar U. Trekken zij door een dal van dorheid, het verandert voor hen in een oase; rijke zegen daalt als regen neer.


Het Hebreeuws spreekt hier over het aanleggen van een gebaande weg in ons hart; om werkelijk tot God te kunnen naderen is een rein hart nodig (Ps.15:1-2, Ps.24:3-4, Ps.73:1, Matt.5:8). Wanneer wij de tijd nemen om in de tegenwoordigheid van God te zijn, zal een reinigingsproces ons hart zuiveren van allerlei verborgen angsten, die ons verhinderen om in volle vrijmoedigheid intimiteit met God te beleven en door te groeien naar activiteit.


C5: Een gebedsleven ontwikkelen.
Ps.84:8-9 Steeds krachtiger gaan zij voort om in Sion voor God te verschijnen. Heer, God van de hemelse machten, hoor mijn gebed, luister naar mij, God van Jakob.


Wanneer ons hart gereinigd en bevrijd is van vele verborgen angsten die tot zondige patronen hebben geleid, zullen wij in staat zijn om steeds meer een leven van gebed te ontwikkelen. Steeds krachtiger en steeds vrijmoediger bewegen wij ons in de tegenwoordigheid van God, en wij zullen ook steeds meer gebedsverhoringen ontvangen. In plaats van een gesloten hart vanwege angst en schuldgevoelens gaat ons hart steeds meer open om naar God te luisteren en tot Hem te spreken.


C6: Zalving ontvangen.
Ps.84:10 God, ons schild, zie naar ons om, sla goedgunstig het oog op Uw gezalfde.


In het ontwikkelen van intimiteit met Jezus groeit de zalving van de Heilige Geest in ons leven; Jezus giet de olie van Zijn Geest over ons uit als voorbereiding voor het moment waarop wij daadwerkelijk met Hem naar buiten gaan en in actie komen. Net als de leerlingen van Jezus moeten ook wij leren wachten in de tegenwoordigheid van God totdat de belofte van de Vader over ons komt (Luc.24:49, Hand.1:4-5+8).


C7: Uitgaan in de kracht van de Heilige Geest.
Ps.84:12-13 Want God, de Heer, is een zon en een schild. Genade en glorie schenkt de Heer, Zijn weldaden weigert Hij niet aan wie onbevangen op weg gaan. Heer van de hemelse machten, gelukkig de mens die op u vertrouwt.


In de voorbereiding van het wachten in de tegenwoordigheid van God heeft ons emotionele hart een belangrijk proces doorlopen; ons hart is gezond geworden door te kijken naar de glorie van de Heer en het ervaren van intimiteit met Hem. Het woord ‘onbevangen’ heeft in het Hebreeuws de betekenis van ‘volkomen, gaaf, onberispelijk, gezond’. Omdat we gezond zijn geworden kunnen we ook gezonden worden. Ons hart heeft voldoende liefde en kracht ontvangen om op de Heer te kunnen vertrouwen in activiteiten voor Zijn koninkrijk.


D: De noodzaak van voorbede als voorbereiding.


D1: Inleiding.
In het leven van David zien wij drie stappen waarin hij leerde om de geboden van Gods hart te gehoorzamen en tot volheid te brengen.


a) intimiteit
Ps.27:4 Ik vraag aan de Heer één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de Heer alle dagen van mijn leven, om de liefde van de Heer te aanschouwen, Hem te ontmoeten in Zijn tempel.


b) gehoorzaamheid
Ps.40:7b-9 U hebt mijn oren voor U geopend en nu kan ik zeggen: Hier ben ik, over mij is in de boekrol geschreven. Uw wil te doen, mijn God, verlang ik, diep in mij koester ik Uw wet.


c) autoriteit
Jes.22:22 Ik zal hem de sleutel overhandigen van het huis van David; wanneer hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer hij sluit, kan niemand openen.


Het uiteindelijke doel van ons leven is dat wij ons vurig gaan uitstrekken naar de volheid van Gods kracht die bedoeld is voor onze generatie, zoals David God met heel zijn hart diende in zijn eigen generatie (Hand.13:36). God heeft voor elk specifiek moment van de menselijke geschiedenis Goddelijke strategieën en bepaalde mates van Zijn genade bestemd, die Hij op dat bepaalde moment wil vrijzetten; er is een bepaalde volheid van God voor elke specifieke generatie. Deze volheid van God verschilt van generatie tot generatie; niet elke generatie zal dezelfde mate van volheid ervaren en ook niet dezelfde kenmerken van volheid hebben. Het is onze taak om binnen te dringen in de volheid van God die Hij Zijn volk ter beschikking stelt in het tijdperk van de geschiedenis waarin wij leven.


D2: Zoeken naar apostolische autoriteit.
Judas 3b: ……ik zie mij nu genoodzaakt u in deze brief op te roepen om te strijden voor het geloof dat voor eens en altijd aan de heiligen is overgeleverd.


De apostel Judas roept ons op om te strijden voor het geloof dat op de Pinksterdag eens en voor altijd aan ons gegeven is; er zijn drie aspecten in dit geloof.


1) proclamatie van het onderwijs van de apostelen.
2) demonstratie van de autoriteit van de apostelen.
3) een heilige levensstijl in eenvoud en overgave.


We moeten niet alleen de leerstellige waarheid van het onderwijs van de apostelen kennen maar ook de kracht van Bijbelse ervaring kennen; we moeten vurig zoeken naar Bijbelse ervaring gecombineerd met Bijbelse waarheid. Het is goed en noodzakelijk om intimiteit met God te zoeken voor Zijn aangezicht, maar het is ook nodig om de kracht van Zijn hand te zoeken voor het verkondigen van Zijn koninkrijk in deze wereld. Wij moeten strijden voor het geloof totdat wij regelmatig demonstraties zien van de kracht van de Heilige Geest die zieken geneest, gebondenen bevrijdt en verdrukten het evangelie verkondigt.


Er is een verschil tussen de introductie en de zalving van Gods genade die tot ons komen wanneer wij gered worden door het evangelie, met de grotere realiteiten die God geeft aan hen die Zijn koninkrijk met overtuiging binnendringen om door te dringen tot Gods hart met een visie voor de volheid van God in deze tijd. De introductie van genade is automatisch voor iedereen die Jezus Christus als Heer en Verlosser aanneemt, maar de volheid van God is bestemd voor hen die daar naar jagen.


Matt.11:12 Sinds de dagen van Johannes de Doper wordt het koninkrijk van de hemel door geweld bedreigd en proberen sommigen er zelfs met geweld beslag op te leggen.


Luc.16:16 De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd, en iedereen wordt met klem genodigd binnen te komen.


D3: Kracht ontvangen in zwakheid.
2 Kor.12:9 Maar Jezus zei: Je hebt niet meer dan Mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid. Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.


De menselijke neiging is om met grote snelheid het koninkrijk van God binnen te dringen en daarbij de noodzakelijke stappen van zwakheid over te slaan; de boodschap van zwakheid is aanstootgevend voor velen in de gemeente van Christus.


Maar Jezus leerde ons drie grote principes van zwakheid in de Bergrede namelijk het geven van geld in het geheim (Matt.6:2), een leven van gebed in het geheim (Matt.6:5), en een leven van vasten in het geheim (Matt.6:16). Wij moeten onze geestelijke blik richten op een visie voor de lange termijn, waarbij wij moeten volharden in moeilijke en gemakkelijke tijden. Daarbij moeten wij ook de volle strategie van God omarmen door het ontvangen van Zijn kracht in onze zwakheid; dit omvat een radicale levensstijl van bidden en vasten (Joël 2:12-17).


Het nieuwtestamentische vasten verschilt van het vasten in het Oude Testament, want het wordt ervaren vanuit het bruidsperspectief (Matt.9:14-15). Door te vasten in het kader van het bruidsperspectief brengt Jezus ons in partnerschap met Hem en opent Hij ons hart op een manier waarin geen enkele andere dimensie van Gods genade kan voorzien.


Er gebeuren drie dingen.
1) wij ontvangen een grotere mate van openbaring en kracht.
2) wij ontvangen die openbaring sneller en gemakkelijker.
3) de invloed van de openbaring gaat dieper naar binnen.


God gebruikt het vasten samen met het woord van God als een katalysator van de Heilige Geest om het proces van Zijn koninkrijk te versnellen en de mate, waarin wij de schoonheid van Jezus zien, te vergroten. Het vasten geeft bijzonder grote beloningen die vooral te maken hebben met ons emotionele hart; het vasten in het kader van het bruidsperspectief raakt ons hart diep aan. Wanneer wij de Heer zoeken in vasten en gebed, veranderen onze fysieke behoeften, onze emotionele behoeften en onze geestelijke behoeften. M.a.w. wij ontvangen nieuwe verlangens die te maken hebben met onbeschrijflijke privileges, omdat wij dichter bij Jezus worden gebracht en dieper inzicht krijgen in Zijn passie en hartstocht.


Tegelijkertijd is er een krachtiger verwijdering van zonde of in ieder geval een sterke vermindering van zondige verlangens, want er wordt bovennatuurlijke vreugde vrijgezet. Wij kunnen snel leren om van vasten te genieten; wij zullen gaan ontdekken dat de honger naar ervaringen met God ons leven begint te domineren.


D4: Vier zegeningen van een levensstijl van vasten.


1: Vasten verzacht het menselijk hart voor God en vergroot de geestelijke capaciteit om van Hem te ontvangen.
Door de tijd heen groeit ons bovennatuurlijke vermogen om God te voelen en te ervaren, vooral Zijn liefde, Zijn schoonheid en de glorie van Zijn plan voor ons leven. Het vasten helpt ons om een fundament neer te leggen voor Goddelijke romantiek.


2: Vasten verlicht het verstand met een geest van openbaring en verscherpt ons begrip van het woord van God.
Wij ontvangen meer openbaring van God en dat op een snellere manier wanneer wij vasten, onder andere door dromen en visioenen, maar ook door studie en meditatie in het woord van God; er is niets beters dan wanneer Jezus Zichzelf aan ons onderwijst. Toen Jezus het woord van God opende aan de twee mannen uit Emmaüs, raakte hun hart daardoor in vuur en vlam (Luc.24:32).


3: Vasten vergroot onze emotionele capaciteit, vooral gevoel voor rechtvaardigheid.
Jezus heeft gerechtigheid lief en Hij haat ongerechtigheid (Hebr.1:8); dit zijn expressies van een grote emotionele capaciteit in Zijn hart. Wanneer wij vasten, verandert onze emotionele structuur radicaal, niet alleen in het ervaren van Gods liefde voor ons, maar ook in het hebben van Goddelijke ijver voor Zijn wegen. Het vasten richt onze aandacht op Gods emoties; door vasten geeft God ons genadig Zijn Goddelijk perspectief op het leven. Vasten verwijdert niet altijd problemen, maar de problemen komen wel in Goddelijk perspectief te staan omdat wij meer in beslag genomen worden door Gods passie dan door de problemen.


4: Vasten geeft ons grotere resolute kracht tot het nemen van beslissingen.
In Joh.6:15 wilden de mensen Jezus meenemen om Hem koning te maken, maar Jezus zag dat hun hartsgesteldheid niet zuiver was en daarom liet Hij hen alleen en vertrok Hij naar de bergen om te bidden. Zijn besluitvorming werd totaal niet beïnvloed door Zijn populariteit bij mensen.


5: Vasten versterkt een diep gevoel van onze geestelijke identiteit als zonen van God en als Bruid van Christus.
Vasten sterkt ons in onze identiteit, waardoor het houvast van jaloersheid, begeerte en onzekerheid in ons leven wordt ondermijnd en verzwakt. Wanneer wij de stem van onze hemelse Bruidegom horen, verandert datgene wat wij verlangen en wat wij bang zijn om te verliezen; onze verlanglijst wordt gevuld met de dingen die wij niet kunnen verliezen, zoals de zalving van de Heilige Geest in onze relatie met God. Wij gaan dan steeds meer opereren in de kracht van een geromantiseerd hart.


Sinds de Pinksterdag van Hand.2 geeft het koninkrijk van God ons volledige toestemming tot geestelijke intensiteit; geestelijk intens levende mensen kunnen het koninkrijk van God in beslag nemen door hun radicale toewijding. Vasten gaat niet zozeer over voedsel alswel over onze motivaties en gewoonten in vele gebieden van ons leven; het heeft te maken met het onderwerpen van alle dingen aan het doel van dienstbaarheid aan onze Bruidegom. Ons vasten beweegt het hart van God niet, veeleer vasten wij omdat God ons hart aangeraakt heeft. Wanneer wij vasten om God te motiveren tot aandacht voor ons is dat wetticisme, maar wanneer wij vasten omdat Hij allang aandacht voor ons heeft gehad heet dat genade.


D5: God wil ons overtuigen.
Gods uiteindelijke en hoogste doel van gebed is intimiteit; in het proces van het bidden wordt ons hart zacht gemaakt. Wanneer God ons aanspoort om tot Hem te roepen en Hij na verloop van tijd ons gebed beantwoordt, zullen wij perplex staan; we zullen verwonderd zijn en totaal verbaasd staan. We zullen dan gaan zien dat wanneer wij op aarde spreken, Hij in de hemel beweegt; deze openbaring stimuleert overvloedige groei van intimiteit. God maakt de plaats van gebed tot de plaats van ontmoeting met Hem; wij groeien met een open geest naar Zijn troon door Zijn woord de gelegenheid te geven ons hart schoon te wassen.


Een sleutelingrediënt daarbij is volharding, want wanneer God een visie geeft, geeft Hij ook een belofte. Daarna begint Hij deze belofte vrij te zetten in zichtbare manifestaties, maar lang niet altijd in onze tijdschema's. Hoewel wij rust ervaren in onze innerlijke mens, worstelen wij in onze uiterlijke mens om het leerproces bij te kunnen houden, het leerproces waarin wij intimiteit ontwikkelen door gebed en een levensstijl van vasten. Wij beërven de vervulling van beloften door geloof en geduld (Hebr.6:12). Jesaja omschreef dit proces als volgt.


Jes.30:18 En toch wacht de Heer op het ogenblik dat Hij jullie genadig kan zijn; toch zal Hij Zich oprichten om Zich over jullie te ontfermen. Want de Heer is een God van recht. Gelukkig de mens die op Hem wacht.


God wil zoveel meer van Zijn genade tonen dan wij aan Hem vragen, maar Hij zal toch niet doorbreken op een manier die romantisch partnerschap met Zijn gemeente zal ondermijnen. Hij wil geweldige en verbazingwekkende dingen op aarde doen, maar Hij wil dat doen in partnerschap met ons. Wij kunnen God niet overtuigen van de noodzaak om Zijn koninkrijk en macht op aarde te demonstreren; Hij wil óns overtuigen. Wij kunnen het niet verdienen, want Hij geeft het aan ons als een vrije gift. Maar ook al kunnen wij God niet ompraten of Zijn gave verdienen, toch zullen we het niet kunnen ontvangen als wij niet met volle inzet Zijn koninkrijk met geweld binnendringen.


In dit proces van binnendringen met geweld worden onze harten aaneen gesmeed en met elkaar verenigd, want datgene wat God in ons en door ons geboren laat worden, wordt beschermd door het proces van bidden en vasten. God houdt Zijn antwoord terug totdat wij met een gewelddadige houding binnendringen, totdat wij voldoende zijn voorbereid en in verbinding staan met Hem en elkaar, zodat Zijn gave ons op den duur niet vernietigt met alle gevolgen vandien. In het proces van bidden en vasten overtuigt God ons van Zijn verlangen, maar Hij zal de vervulling van dat verlangen uitstellen totdat Hij het indringende geluid van het roepen van Zijn volk hoort. Zo bevestigt God partnerschap tussen Jezus de Bruidegom en de gemeente als Bruid.


Wanneer Hij Zijn genade in volheid vrijzet voordat er een diepe intieme relatie is tussen Hem en Zijn volk, zal het volk van God zo in beslag genomen worden door het vrijzetten van deze genade, zo opgewonden raken over de doorbraak van het bovennatuurlijke, dat zij onderweg afgeleid zullen worden en intimiteit met Jezus zullen verwaarlozen. Het was Gods idee om ons genadig te zijn, het was niet ons idee; Hij verlangt ernaar om veel meer genadig te zijn dan wij ons kunnen voorstellen, maar de genade moet Zijn relatie met ons bevestigen en niet ondermijnen. Daarom zal Hij Zijn volheid niet vrijzetten totdat Hij de intense roep van Zijn volk hoort als teken van onze bereidwilligheid, maar ook van onze voorbereiding.


Het plan van de Heer is dat wanneer wij onze stem nadrukkelijk tot Hem verheffen, onze harten ontvankelijk worden voor Hem en met Zijn hart in verbinding komen. Wanneer dat gebeurt, betreden wij een gebied waar de zegen en de genade van God Zijn intimiteit met ons bevestigen; zo bekrachtigt Hij in de opwekking onze intieme relatie met Hem. Het proces van gebed heeft ons overweldigd, ons hart zacht gemaakt, en ons dichter bij Hem gebracht in intimiteit; dit beschermt ons tegen het gewicht van de opwekking wanneer God die vrijgeeft. Zo cultiveert de Heer intimiteit in onze relatie met Hem door Zijn antwoord uit te stellen totdat wij tot Hem uitroepen met heel ons hart.


Hgl.2:14 Mijn duif in de rotskloof, verscholen in de bergwand, laat mij jouw gestalte zien, laat mij je stem horen, want jouw stem is zo lieflijk en jouw gestalte is zo aantrekkelijk.


V.v.d.B. (Vriend van de Bruidegom)


Deze studie heeft als uitgangspunt het onderwijs over de eindtijd van Mike Bickle, direkteur van het "International House Of Prayer" in Kansas City (U.S.A.) www.ihop.org
Zie voor meer studies over dit onderwerp in de Nederlandse taal op de website van Vriend van de Bruidegom Hefzibah

Een gedaantewisseling van Kerksysteem naar Bedehuis - Christian Kwakernaak




Op weg naar het eindtijd-Loofhuttenfeest


“Vraag de Here om regen ten tijde van de late regen” (Zach. 10:1). “Heb dus geduld broeders tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege regen en late regen erop gevallen is” (Jak. 5:7)


Onlangs is er weer een nieuw gebedshuis van start gegaan. De opening van dit Godshuis, als onderdeel van het wereldwijde Bedehuis van de Heer, ging gepaard met de viering van het Loofhuttenfeest. Het Loofhuttenfeest is een karakteristiek feest in de eindtijd, en staat profetisch voor de komst van de late regen van de Geest en de inzameling van een oogst van volken (Jes. 2:2-3). De apostel Jakobus bevestigt dit wanneer hij zegt dat de regen van de Geest eerst moet worden uitgestort, alvorens Jezus terugkomt (Jak. 5:7). En in Johannes 7 is het Jezus zelf die tijdens het Loofhuttenfeest sprak over het levende water van de Geest.


Wanneer we kijken naar de uittocht van het volk Israël uit de Babylonische ballingschap, dan zien we eenzelfde patroon. In Ezra 1-3 lezen we over een groep voorlopers – een overblijfsel van 10% – die terugkeren naar Jeruzalem met als doel de verwoeste tempel van Salomo te herbouwen. Bij aankomst in Jeruzalem verzamelen zij zich als één man, herstellen het altaar – typebeeld van het gebed – en vieren het Loofhuttenfeest.


Vervolgens wordt begonnen met het leggen van het fundament onder de nieuwe tempel. Nadat de bouw vele jaren stil is komen liggen, is het de profeet Haggaï die tijdens het Loofhuttenfeest de teruggekeerde ballingen aanmoedigt om door te gaan met de herbouw. Het is frappant dat de naam Haggaï betekent ´geboren op een feestdag´ of ´Jahweh is mijn feest´, verwijzend naar hetzelfde feest waarop hij sprak, het Loofhuttenfeest. Met andere woorden, men kan uit deze geschiedenis afleiden dat de geboorte van de nieuwe tempel begon met het oprichten van het gebedsaltaar en het vieren van het Loofhuttenfeest.


De geboorte van iets nieuws


Ook in onze tijd is zich een uittocht uit ´Babylon´ aan het voltrekken. Babylon betekent ´verwarring´ of ´uiteenbrokkeling´. We zien dat in de loop der tijd de verouderde wijnzak van het Kerksysteem letterlijk uiteengescheurd is in talloze denominaties, waardoor de wijn van Gods Geest weglekt. En dit Kerksysteem is zich aan het afbrokkelen, want indien een koninkrijk of systeem in zichzelf verdeeld is, dan kan zo´n koninkrijk of systeem zich niet staande houden (Mark. 3:24).
Men zou dus kunnen zeggen dat in het Kerksysteem de Babylon-geest is binnengedrongen, dat is de geest van uiteenbrokkeling, van verdeeldheid. De wortel bepaald immers ook de boom. Door overspel met het wereldsysteem heeft het Kerksysteem langzaam aan haar kracht en autoriteit verloren en dreigt zij geestelijk ´failliet´ te gaan.
Als symptomen hiervan getuigen ook de vele schanddaden die het afgelopen jaar in de Kerk aan het licht zijn gekomen. Wat in Hosea 2 gezegd werd over het volk Israël, is vandaag de dag actueel geworden voor de Kerk: met het aan het licht komen van haar schanddaden is zij ´naakt´ komen te staan, haar schaamte is ontbloot (vers 2 en 9, NBG).


Er is echter een ´overblijfsel´ van gelovigen wiens geest gewekt is door de Geest van God en tot wie Zijn roepstem komt om het huis van God te herbouwen. Maar daar is wel een uittocht voor nodig uit de oude wijnzak van het mankgaande Kerksysteem. Het begrip ´Kerksysteem´ wordt in deze context ook gedefinieerd als zijnde de Kerk of die kerken die weigeren zich te bekeren op Jezus´ vermaning “bekeer je” (Openbaring 2 en 3).
De nieuwe wijn van Gods Geest zal dan ook worden uitgestort in een nieuwe tempel welke zal worden gebouwd op een nieuw fundament, buiten het Kerksysteem om. En dit eindtijd-huis dat naast het huis-van-de-Kerk zal oprijzen zal heten het Bedehuis van de Heer voor alle volken dat haar centrum heeft op de berg des Heren in Jeruzalem (Jesaja 56:1-8 , Markus 11:17).


Koning Salomo had al een visie op het huis van God als zijnde een Bedehuis voor alle volken: Bij de inwijding van de tempel, tijdens het Loofhuttenfeest, horen wij hem een gebed bidden waarin hij een tijd voorzag waarin “vreemdelingen” uit de gehele wereld zouden komen om te bidden in de tempel (1 Kon. 8:41-43).


Jezus bevestigt deze identiteit van de tempel als gebedshuis voor de naties (Mark. 11:17). Salomo als de koning van ´rust en vrede´ (1 Kron. 22:9) is een typebeeld van Jezus, getuige ook het boek Hooglied; Salomo´s tempel als bedehuis is een profetische heenwijzing naar het Messiaanse Vrederijk waarvan gezegd wordt dat volken op zullen trekken naar Jeruzalem, naar het huis van de God Jakobs (Jes. 2:2-3).


De profeet Zacharia - die eveneens profeteerde in de tijd van Ezra, Nehemia en Haggaï - zegt met betrekking tot dit eindtijd scenario dat “er geen regen zal vallen op die volken die niet naar Jeruzalem zullen trekken om het Loofhuttenfeest te vieren” (Zach. 14:16-19).
Een paar hoofdstukken eerder treffen we een hele bijzondere oproep van deze profeet aan: “Vraag de Here om regen ten tijde van de late regen” (Zach. 10:1).


Als we verder kijken in de boeken van Ezra en Nehemia, dan zien we dat na voltooiing van de herbouw behalve het Loofhuttenfeest ook verootmoediging en boetedoening een belangrijke plaats krijgen (Ezra 9-10; Neh. 9 en 13). Een belangrijk gebied van bekering en reiniging in die tijd betrof de gemengde huwelijken. Het was namelijk zo dat in die dagen de geest van immoraliteit nog steeds niet uitgebannen was uit Gods volk. Deze geest van immoraliteit was het volk binnengekomen door ontucht met de Moabietische en Ammonietische vrouwen, waardoor het volk gekoppeld werd aan Baäl (Num. 25:1-3; Neh. 13:26).


In 1 Koningen 16-19 lezen we over een tijd in Israëls geschiedenis waarin het dienen van de Baäl tot een hoog niveau was gestegen. Naast Jahweh werd Baäl vereerd als de god die de vruchtbaarheid gaf. Gods eigen volk hinkte op twee gedachten en ging aan beide zijden mank (1 Kon. 18:21). Om die reden wilde God de afgoderij onder zijn volk confronteren door de regen drieëneenhalf jaar lang in te houden.


Jahweh wil laten zien dat Hij alleen de God is die de regen en vruchtbaarheid geeft (1 Kon. 18:1). In Hosea 2:1-2 (NBG) horen we Hem zeggen: “Laat zij haar ontucht van haar gelaat verwijderen en haar overspel van haar boezem, anders zal Ik haar naakt uitkleden en haar laten staan als ten dage toen zij geboren werd, haar maken als een woestijn, haar doen worden als een dor land, en haar doen sterven van dorst”. Het ontbloten van de afgoderij onder Zijn volk zien we ook hier samengaan met een droogte die Hij brengt.


Jahweh is ook de God die verlangt regen van Zijn Geest uit te storten (Joël 2). Het is daarom heel goed mogelijk dat Hij deze uitstorting vooraf laat gaan door een geestelijke droogte, om ons op die manier te schudden en tot verootmoediging en berouw te brengen: “Wanneer Ik de hemel toesluit zodat er geen regen is, wanneer Ik de sprinkhanen gebied het land kaal te vreten, indien Ik pest onder mijn volk zend, en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen en hun zonde vergeven en hun land herstellen” (2 Kron. 7:13-14).


Hebben wij oog voor de geestelijk droge situatie waarin de Kerk van Nederland zich momenteel bevindt? Hebben wij oog voor de smaad die zij draagt, nu de Kerk ´naakt´ is komen te staan vanwege de talrijke aan het licht gekomen schanddaden? Het bloot komen te liggen van deze ontuchtzaken is typerend voor de geestelijke ontucht van een Kerk(systeem); het is typerend voor geestelijk overspel met de wereld (Jak. 4:4), waardoor zij – net als het volk Israël in de tijd van Elia – aan beide zijden mank gaat.


Zou het daarom niet juist nú de tijd zijn dat de Here de Kerk in Nederland oproept zich te begeven naar de plek van aanbidding van Hem alleen (1 Kon. 18:21; Hos. 2:13 NBG), zich te reinigen van de Baäls (Hos. 2:16) en zich gereed te maken als Bruid (Hos. 2:18)?


Laten we daarom eens dieper gaan kijken naar de situatie op de Karmel waar het Elia is die het geestelijke overspel van Gods volk aan het licht bracht, samengaand met het bidden om nieuwe regen.


De wedergeboorte van een natie


Het volk Israël maakte als natie een verbondsvernieuwing mee op de berg Karmel. Ook beleefde zij op deze berg een geestelijke wedergeboorte: Op één dag wordt de vijand van Gods volk gedood bij de beek Kison (een beeld van de doop in water) en komt er een intense stortbui naar beneden (een beeld van de doop in Heilige Geest). Een doop in water en een doop in Heilige Geest vormen samen de “wedergeboorte uit water en Geest” (Joh. 3:5; Rom. 6:4; Titus 3:5). Ook in Nederland is zicht op de komst van nieuwe regen van de Heilige Geest.


De profeet Elia kreeg de opdracht van God om het volk te verzamelen op de berg Karmel na een periode van oordeel. Zo´n periode van oordeel was nodig om de natie ontvankelijk te maken voor de zegen van God. Het is een principe in God dat Zijn gerechtigheid vooraf gaat aan de komst van Zijn genade.


Zo zal ook in onze tijd het bazuingeschal van Gods komende oordeel samengaan met een belofte van hoop welke tot ons komt in de vorm van de nieuwe regen van Zijn Geest. Ja, een geestelijke wedergeboorte zal samengaan met geboorteweeën (Haggaï 2:7-10 NBG).


Ook in het boek Joël zien we dat Gods gerechtigheid vooraf gaat aan de komst van Zijn zegen, en dat de oproep tot verzamelen in verootmoediging en bekering vooraf gaat aan de belofte van de Heilige Geest.
Het nieuwe geestelijk seizoen zal zich in onze tijd kenmerken door profeteren & verzamelen. Het gaat om het profeteren (uitspreken) van datgene wat God van plan is te gaan geven, en van de weg die daarvoor bewandeld moet worden. Maar het gaat ook om het verzamelen van een overblijfsel dat God roepen zal: Gaandeweg de komende periode zal God een volk uit alle geledingen van de Kerk verzamelen in Zijn bedehuis, om eenparig te gaan bidden om de komst van de late regen van Zijn Geest:


“Vraag de Here om regen ten tijde van de late regen” (Zach. 10:1)


Elia was een wegbereider voor de terugkeer van Gods volk tot het hart van God en de komst van een stortbui. Elia – die als eenling de gehele vijandelijke Baäl-dienaren doodde en een regenbui naar beneden bad – is een typebeeld van Jezus die als eenling de dood aan het kruis nagelde en de Heilige Geest zond. Dit wordt nog eens extra bekrachtigd door het feit dat beiden een hemelvaart ondergingen.


Elisa daarentegen – die een dubbel deel van de zalving van Elia ontving – is een typebeeld van de Gemeente die dezelfde zalving van Jezus zou ontvangen, en nog grotere werken zou doen (Joh. 14:12).


En zo weten we dat ook Johannes de Doper optrad in de geest en kracht van Elia (Matth. 17:10-13). Zijn boodschap druiste eveneens in tegen het heersende godsdienstige systeem van zijn tijd; een boodschap aan Gods volk om zich als bruid gereed te maken voor de komst van de hemelse Bruidegom.
Deze Johannes sprak in de woestijn over een doop der bekering en een doop in Heilige Geest (Joh. 1:33). Hij zei erbij: “Opdat Hij (Jezus) aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam ik dopen met water“ (Joh. 1:31).
Zo zal ook door een profetisch wegbereidend gebedsvolk het profeteren & verzamelen in de komende periode gepaard gaan met de boodschap van bekering en waterdoop (Hand. 19:1-7), opdat Jezus via een doop in de nieuwe regen van Zijn Geest woning kan maken in heilige harten die de nieuwe wijn van Zijn Geest kunnen vasthouden.
Ja, de heerlijkheid des Heren zal zich openbaren en al het levende tezamen zal dit zien (Jes. 40:5).


Elia is een beeld van een profetisch volk dat de weg bereidt voor de komst van de nieuwe regen van de Geest die in onze tijd eraan gaat komen. Zoals Elia in zijn voorbereiding de weg moest gaan via Krith (‘afsnijding’) en Sarfath (‘reiniging’), zo zal ook dit profetische volk de weg bewandelen via afsnijding van het Kerksysteem, naar de woestijn van reiniging en heiligmaking.
De nieuwe wijn van Gods Geest kan niet worden uitgestort in een wijnzak die verouderd is en reeds vele scheuren bevat vanwege de vele kerkscheuringen.


Identiek hieraan is ook de weg die het volk Israël volgde met de exodus uit Egypte. Na het zich afsnijden van Egypte werd in de woestijn met haar een verbond gesloten en werd zij voorgesteld als vrouw aan haar Man. Aangezien ook het Kerksysteem nog dikwijls gelovigen tot slaven van haar systeem maakt – net als Egypte dat destijds deed – ja, daarom klinkt opnieuw in onze dagen Gods bazuin tot het Egypte-van-het-Kerksysteem: “Laat Mijn volk gaan, opdat het ter Mijner ere in de woestijn een feest vieren zal” (Ex. 5:1).
Het gaat om de vrijkoping van gelovigen uit ‘Babylon’ en uit de ‘slavernij’ van een kerkelijk systeem, hen uitleidend naar de ‘woestijn’ van gemeenschap met Vader, Zoon en Geest (Openb. 18:4; 19:7).


Ja, de vrijgekochten des Heren zullen de berg-van-het-verbond (Sion) beklimmen en een nieuw feest vieren tot eer van de IK BEN en tot eer van Zijn koningschap (Jes. 35:10; Obadja 1:21; Ps. 68:25). Maar nu zal dit feest zijn het Loofhuttenfeest; het grote oogstfeest dat profetisch spreekt over het binnenhalen van een grote oogst aan volken als vrucht op de uitstorting van de late regen (Jes. 2:2-3; Zach. 14).


Ja, zoals de berg een plek was waar verbondsluiting (Sinaï) en verbondsvernieuwing (Karmel) plaatsvond, zo zal in onze dagen verbondsvernieuwing en geestelijke wedergeboorte plaatsvinden op de berg-van-het-gebed, waarop Gods huis herbouwd zal worden in lijn met het profetisch appèl in Haggaï 1:8, waarbij treffend is dat we ook al in de betekenis van de naam Haggaï de begrippen ‘geboorte’ en ‘feest’ tegenkwamen.


Dit alles kan nog eens samengevat worden aan de hand van een gezicht dat de Here mij toonde drie dagen nadat Hij mij opwekte om te bidden voor een nieuwe uitstorting van Zijn Geest (mei 2006). In dat gezicht werd de te bewandelen weg voor Zijn Gemeente in Nederland zichtbaar, waarlangs de Here van plan is de nieuwe regen van Zijn Geest te gaan geven:


In dat gezicht zie ik hoe een afvaardiging van de gehele plaatselijke Kerk op een centrale ontmoetingsplek in de stad (of dorp) bij elkaar komt om:


1) de Here te (aan)bidden;
2) naar elkaar toe schuld vanuit het verleden te belijden, en;
3) om gezamenlijk voor het aangezicht van God het besluit te nemen om als één plaatselijk Lichaam van Christus verder te gaan (verbondsvernieuwing).


Ook zag ik voor mij hoe – in antwoord op het besluit van de plaatselijke Kerk om als één nieuw Lichaam van Christus voor de stad verder te gaan - de Here zal omzien uit de hemel en zal antwoorden met het uitstorten van de regen van Zijn Geest op dat nieuwe Lichaam.
Tenslotte zag ik voor mij hoe, onder leiding van de Heilige Geest, de vijfvoudige bediening werd hersteld om het gehele plaatselijke Lichaam van Christus te bedienen, toe te rusten en te volmaken tot één volkomen man (Efeze 4:11-13).


Later nog werd dit gezicht bevestigd vanuit Gods Woord, aan de hand van de drie feestmomenten in de voor onze tijd zo profetische “zevende maand” (Leviticus 23:23-44):


1) Dag van de bazuin (Rosh Hashana): een oproep tot het eenparig verzamelen (Joël 2:15-17).
2) Grote Verzoendag: het onder schuldbelijdenis komen tot verzoening.
3) Loofhuttenfeest: Een eindtijdfeest ter viering van het binnenhalen van de oogst als vrucht op het vallen van de late regen.


Ook in het profeteren van Ezechiël over de dorre beenderen komen we eenzelfde soort patroon tegen (Ezechiël 37:1-10):


1) De beenderen voegden zich aaneen, zoals ze bij elkaar behoorden (vs. 7);
2) Er kwamen spieren op, en vlees, en er trok een huid overheen (vs. 8), ofwel er ontstond een nieuw lichaam;
3) De Geest kwam erin (vs. 9-10).


Ja, daarom klinkt in onze dagen het appèl: “Vraag de Here om regen ten tijde van de late regen” (Zach. 10:1). En profeteren & verzamelen is daarbij belangrijk: het profeteren zoals in Ezechiël 37 en het verzamelen zoals in Joël 2:15-17.


Een ´overblijfsel´ van voorlopers zal zich uit alle geledingen van de Kerk als “één man in de stad verzamelen” (Ezra 3:1). Zij zullen de geestelijke tempel gaan herbouwen waarin God nieuwe glorie zal uitstorten, waarna tenslotte ook het overige deel van de Kerk zal overkomen uit de ´ballingschap´ (Ezra zelf die met een tweede groep kwam, Ezra 8).


Februari 2011
Auteur: Christian Kwakernaak

Aanbidding in het huis van gebed



Openb.5:8-10 Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neer. Ieder van hen had een lier en een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen.
En ze zetten een nieuw lied in: U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want U bent geslacht en met Uw bloed hebt U voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal.


U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.


A: Aanbidding voor het Lam.
B: De harpen.
C: De gouden schalen vol wierook.
D: Eenheid tussen de wierook van Jezus en de gebeden van de heiligen.
E: De wierook van God.
F: Een nieuw lied.
G: Het nieuwe lied in de Bijbel.
H: De onthulling van Gods karakter in de nieuwe liederen.
J: De onthulling van het karakter van de zangers in de nieuwe liederen.
K: Het centrale thema van de nieuwe liederen.
L: De reikwijdte van de nieuwe liederen.
M: De waardigheid van Jezus om de boekrol te nemen.
N: Eindconclusie.




A: Aanbidding voor het Lam.
Openb.5:7-8a Het Lam ging naar Degene die op de troon zat en ontving de boekrol uit Zijn rechterhand. Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neer.
Jezus het Lam, de koninklijke Leeuw van Juda en menselijke afstammeling van David, stapt naar de troon van de Vader en neemt de boekrol van de eindtijd in ontvangst; daarmee neemt Jezus volledige verantwoordelijkheid voor de regie van de menselijke geschiedenis in de eindtijd. Jezus het Lam belooft daarmee dat Hij de gerechtigheid van God op de aarde zal vrijzetten, zowel in intimiteit voor hen die Hem liefhebben als in oordeel voor hen die Hem haten.


Het is niet ongewoon dat God Zijn gerechtigheid op de mensen loslaat, maar het buitengewoon bijzondere is het feit dat een Mens hier autoriteit krijgt om de economie van Gods gerechtigheid te beheren. Het is de God-Mens Jezus Christus die eruitziet als een Lam dat geslacht is.
Dit overweldigt de serafs en de vierentwintig oudsten zodanig, dat zij zich voor Jezus het Lam op de grond neerwerpen om Hem te aanbidden; zij doen dit omdat ze absoluut overweldigd zijn door hetgeen ze zojuist gezien hebben gekregen. Zij zien dat een Mens grote Goddelijke autoriteit ontvangt om de boekrol van Gods oordelen in de eindtijd te openen en de inhoud daarvan over de aarde los te laten.


Maar zij zien nog iets anders; zij zien ook dat Gods voorwaarden voor het openen van de boekrol zijn vervuld. Zij hebben de vervulling van Gods voorwaarden in de hand en bieden die aan God aan, want de voorwaarde voor God om Zijn rechtvaardige oordelen over de aarde te kunnen loslaten is het Huis van Gebed, dat is een volgroeide en volwassen geworden wereldwijde gebedsbeweging waarbij alle kinderen van God betrokken zijn.


Deze voorwaarde is dit moment aan het groeien maar nog lang niet volgroeid; daarom moet de realiteit van Openb.5 nog vervuld worden.


B: De harpen.
In het Oude Testament komen we twee muziekinstrumenten tegen die in aanmerking komen voor de titel harp; dat zijn de qinnor en de nebel, die beide snaarinstrumenten zijn. Het Hebreeuwse woord qinnor is in het Grieks geworden tot kinora of kithara, en dit laatste woord komen we vier keer in het Nieuwe Testament tegen (1Kor.14:7, Openb.5:8+14:2+15:2). Het woord qinnor wordt vertaald met citer of lier en komt 42 keer voor in de Bijbel; het woord is afgeleid van een werkwoord dat de betekenis van tokkelen heeft. Het woord nebel komt 38 keer voor in de Bijbel en wordt 27 keer vertaald met harp, maar 11 keer met kruik. De nebel was blijkbaar ook een snaarinstrument want dit instrument kon zelfs tien snaren hebben (Ps.33:2, 92:3, 144:9).


De harp en citer (of lier) komen 12 keer samen in één tekst voor in de Bijbel. De eerste kleine harpen dateren al van 3500 v.C. in Egypte. De qinnor komen we in de Bijbel al tegen in Gen.4:21, de nebel komen we voor het eerst tegen in 1Sam.10:5. De harp spreekt van door God geïnspireerde muziek en aanbidding voor Zijn troon; de harp is het instrument dat verreweg het meest geassocieerd wordt met aanbidding in het Oude Testament, en is sterk gerelateerd aan de expressie van vreugde en blijdschap. Maar de harp speelde ook een belangrijke rol in het profeteren (1Sam.10:5, 2 Kon.3:15, Ps.49:5); meer dan enig ander instrument in de Bijbel wordt de harp gebruikt bij profetie, lofprijzing en aanbidding van God.


1 Kron.13:8 David en de Israëlieten dansten vol overgave voor God, begeleid door zang en muziek van lieren, harpen, tamboerijnen, cimbalen en trompetten.


1 Kron.15:16 Verder beval David de hoofden van de Levitische families diegenen van hun verwanten te laten aantreden die met luide stem, onder begeleiding van muziekinstrumenten, van harpen, lieren en cimbalen, vreugdeliederen konden zingen.


1 Kron.25:6 Zij allen begeleidden hun vaders Asaf, Jedutun en Heman op cimbalen, harpen en lieren bij de lofzang in de tempel van de Heer, en luisterden zo, volgens de aanwijzingen van de koning, de dienst in de tempel van de Heer op.


2 Kron.5:12 Alle Levitische zangers, te weten Asaf, Heman, Jedutun en hun zonen en broers, gekleed in fijn linnen, stonden met hun cimbalen, harpen en lieren aan de oostkant van het altaar klaar, en ook nog honderdtwintig priesters met trompetten.


2 Kron.20:28 In Jeruzalem aangekomen trokken ze begeleid door muziek van lieren, harpen en trompetten naar de tempel van de Heer.


2 Kron.29:25 Hij stelde de Levieten met cimbalen, lieren en harpen op in de tempel van de HEER, naar het voorschrift van David, van Gad, de ziener van de koning, en van de profeet Natan, het voorschrift dat door de Heer bij monde van Zijn profeten kenbaar gemaakt was.


Neh.12:27 Toen de muur van Jeruzalem zou worden ingewijd, werden de Levieten in al hun woonplaatsen opgespoord en naar Jeruzalem gebracht om feestelijk de inwijding te vieren, met lofzang en liederen, onder begeleiding van cimbalen, harpen en lieren.


C: De gouden schalen vol wierook.
Openb.5:8b-9a Ieder van hen had een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen.
Zowel de serafs als de vierentwintig oudsten hebben een gouden schaal die vol is met de gebeden van de heiligen; om hier waardevolle betekenis in te ontdekken is het nodig dat we dit zeer persoonlijk op onszelf toepassen.


Er gaat een tijd komen waarin de heiligen gezalfd zullen worden door de Geest van de genade en van de gebeden (Zach.12:10, NBG’51), zoals nog nooit gebeurd is in de geschiedenis van de gemeente van Jezus. We zullen dan gezalfd worden tot alle mogelijke vormen van gebed en aanbidding die God in Zijn hart bedacht heeft voor de gemeente.


We zullen een hart hebben dat overstroomt met passie voor Jezus als een rivier die buiten zijn oevers treedt. Zwakke en gebroken mensen over de hele wereld zullen gezalfd worden in gebed, en het Lichaam van Christus zal bekend worden als het Huis van Gebed.


De gouden schalen zijn gevuld met wierook; datgene wat de schalen van gebed en aanbidding vult tot aan de rand is de openbaring van de schitterende schoonheid van Jezus het Lam. De schalen zullen tot de rand gevuld zijn omdat de Zoon van God geopenbaard zal worden als glorieus en majestueus.


Jes.4:2-6 Op die dag zal de HEER het land tot bloei brengen, het zal als een kostbaar sieraad zijn. De rijke vrucht van het land zal elke Israëliet die ontkomen is met trots vervullen. Ieder die nog in Sion is, ieder die in Jeruzalem is achtergebleven, zal heilig genoemd worden, alle mensen in Jeruzalem die ten leven opgeschreven zijn.


Wanneer de Heer het vuil van Sions vrouwen heeft weggewassen en het bloed van Jeruzalem heeft afgespoeld, door een zuiver oordeel en een zuiverend vuur, dan zal Hij boven de plaats waar de Sion ligt en waar men bijeenkomt, een wolk scheppen voor overdag en een lichtend vuur met rook en vlammen voor de nacht. Zijn luister zal alles overdekken, als een hut die schaduw biedt in de hitte van de dag, en beschutting tegen storm en regen.


Hag.2:6-7 Want dit zegt de HEER van de hemelse machten: Nog een korte tijd, een ogenblik slechts, en Ik zal de hemel en de aarde, de zee en het land doen beven. Alle volken breng Ik in beroering, hun schatten zullen Mij toevallen en Mijn huis zal Ik vullen met pracht en rijkdom, zegt de HEER van de hemelse machten.
De gouden schalen van gebed en aanbidding zullen niet tot aan de rand gevuld worden door zelfgemotiveerde vastberadenheid en toewijding, maar door de gepassioneerde toewijding van de Heilige Geest om Jezus alle eer te geven als het enige werkelijke Sieraad van het land.


D: Eenheid tussen de wierook van Jezus en de gebeden van de heiligen.
Openb.8:1-6 Toen het Lam het zevende zegel verbrak, viel er een stilte in de hemel, gedurende ongeveer een half uur. Ik zag de zeven engelen die voor Gods troon staan. Ze kregen alle zeven een bazuin. Toen kwam er een andere engel, die met een gouden wierookschaal bij het altaar ging staan.


Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren, samen met de gebeden van alle heiligen. De rook van de wierook steeg met de gebeden van de heiligen uit de hand van de engel op naar God. Toen nam de engel de wierookschaal, vulde hem met vuur van het altaar en wierp dat op de aarde. Er volgden donderslagen, groot geraas, bliksemschichten en een aardbeving.
De zeven engelen, ieder met een bazuin, maakten aanstalten om erop te blazen.


Openb.8:1-6 is een uitvergrote versie van Openb.5:8; dit gedeelte uit Openb.8 geeft ons leven diepe betekenis, omdat onze gebeden voor de troon van God invloed hebben op de balans van het menselijke leven. Openb.8 + 9 spreken over de zeven bazuinen van de tweede serie oordelen van God; en deze oordelen zijn huiveringwekkend, want zij raken alles aan wat de mensheid lief is. Wij zullen in vuur en vlam gestoken worden, omdat Openb.8 + 9 de aardse realiteit is van de harpen en schalen voor de troon van God uit Openb.5:8.


Deze zeven bazuinen zijn mysterieus en spreken van grote, ontzagwekkende en zelfs huiveringwekkende realiteiten, maar de mensen op aarde zullen totaal onvoorbereid zijn op wat komen gaat (Luc.17:26-30).


Voor hen die God niet kennen zal het lijken alsof de oordelen van God het menselijke bestaan tot een einde laten komen, maar niets is minder waar. Wanneer God Zijn oordelen op de aarde loslaat, zal een deel van de mensheid juist terugkeren tot God en zal de grote oogst van de eindtijd binnengehaald worden. En het goede nieuws is dat het juist een Mens is die deze oordelen van God ontketent.


D1: De engel met een gouden wierookschaal.
Openb.8:3 Toen kwam er een andere engel, die met een gouden wierookschaal bij het altaar ging staan.
In Openb.5:8 knielden de serafs en oudsten neer met gouden wierookschalen die gevuld waren met de gebeden van de heiligen, maar deze engel komt bij de troon van God met een gouden wierookschaal die leeg is. Het gaat hier dus om een andere gouden schaal met een andere bedoeling.


D2: Deze engel gaat bij het altaar staan.
Openb.8:3 Toen kwam er een andere engel, die met een gouden wierookschaal bij het altaar ging staan.
Dit altaar wordt in Openb.5:8 niet genoemd, maar we komen het in het boek Openbaring wel op andere plaatsen tegen, namelijk in Openb.6:9, 9:13, 11:1, 14:18, 16:7. Op dit altaar brandt vuur volgens Openb.8:5. In Jes.6:6 lezen we dat er gloeiende kolen in het vuur op dit altaar liggen, en Lev.6:6 zegt dat het vuur op de aardse afbeelding van dit altaar nooit mocht uitgaan. Dit gouden altaar is de plaats waar gebed en aanbidding vanaf de aarde ontvangen worden voor de troon van God. Openb.11:1 spreekt erover dat dit altaar in de tempel van God op aarde aanwezig is.


D3: Deze engel ontvangt wierook.
Openb.8:3b-4 Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren, samen met de gebeden van alle heiligen. De rook van de wierook steeg met de gebeden van de heiligen uit de hand van de engel op naar God.


De Griekse tekst zegt dat aan deze engel een grote hoeveelheid wierook gegeven werd, dit in tegenstelling tot de wierook uit Openb.5:8. Daar is de wierook een beeld van de gebeden van de heiligen (Ps.141:2), maar in Openb.8:3 is de wierook iets anders dan de gebeden van alle heiligen. Er wordt nadrukkelijk bij vermeld dat het hier om een grote hoeveelheid wierook gaat, en het kan niet anders of deze wierook spreekt van de gebeden van Jezus als onze hemelse hogepriester.


Hebr.7:25-26 Zo kan Hij ieder die door Hem tot God komt volkomen redden, omdat Hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten. Een hogepriester als Hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven.


Hebr.9:24 Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is
gemaakt, in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom, maar in de hemel zelf, waar Hij nu bij God voor ons pleit.
Deze engel ontvangt dus de wierook van het gebed van Jezus Zelf en offert deze samen met de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar dat voor de troon van God staat.


En de rook van Jezus’ gebeden stijgt samen met de rook van de gebeden der heiligen op naar God; de Vader ontvangt hier dus de lieflijke reuk van de gemeenschappelijke wierook van Jezus en Zijn gemeente.


Dit is voorbede en aanbidding op zijn best, dit is waar de Heilige Geest altijd naar toegewerkt heeft; dit is het Huis van Gebed zoals God de Vader altijd bedoeld heeft.


D4: Deze engel vult zijn lege schaal opnieuw.
Openb.8:5-6 Toen nam de engel de wierookschaal, vulde hem met vuur van het altaar en wierp dat op de aarde. Er volgden donderslagen, groot geraas, bliksemschichten en een aardbeving. De zeven engelen, ieder met een bazuin, maakten aanstalten om erop te blazen.
Deze engel kwam met een lege schaal, vulde die met wierook en goot de schaal weer leeg; daarna vulde hij de schaal opnieuw maar nu met vuur, en daarna goot hij de schaal weer leeg. Het vuur veroorzaakt donderslagen, geluiden, bliksemschichten en een aardbeving op aarde, maar een nog serieuzere consequentie is dat zeven engelen met elk een bazuin zich klaarmaken om op deze bazuinen te blazen, waardoor een nieuwe serie van Gods oordelen over de aarde gaat losbreken. Toen Jezus op aarde was, had Hij al gezegd dat dit zou gaan gebeuren.


Luc.12:49 Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde. Ik moet een doop ondergaan, en Ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is.
Jezus kwam om een vuur van verlossing op de aarde te ontsteken; dit vuur is begonnen met Zijn dood aan het kruis, en vond zijn eerste vervulling in het vuur van de Heilige Geest op de pinksterdag van Hand.2.


Maar dit vuur heeft altijd twee kanten; het is een vuur dat bedoeld is om te verlossen, aan de ene kant door het vuur van passie, maar aan de andere kant door het vuur van oordeel. Het is een vuur dat aansteekt maar ook wegbrandt; dit vuur steekt alles in de brand met de passie van Jezus, maar het verteert alles wat de liefde van Jezus in de weg staat. Het vuur dat in Hand.2 de eerste gelovigen in vuur en vlam zette met grote passie voor Jezus, doodde in Hand.5 Ananias en Saffira vanwege hun bedrog. Het vuur van God kwam uit het heiligdom en verteerde het brandoffer en het vet op het altaar, zodat het volk juichte (Lev.9:24), maar dit was hetzelfde vuur dat uit het heiligdom kwam en Nadab en Abihu, de twee zonen van Aäron, verteerde, waarna het volk rouwde (Lev.10:2).


E: De wierook van God.
In Ex.30:34-38 ontving Mozes voorschriften voor het maken van zuiver mengsel voor reukwerk; dit reukwerk was heilig en alleen voor God bestemd. De vijf onderdelen van dit reukwerk spreken een krachtige, beeldende taal over de dood en overwinning van Jezus het Lam.


Dit reukwerk werd op de Grote Verzoendag (Lev.16:12-13) aan God geofferd op het met goud bedekte altaar in het heiligdom; zo steeg de rook van het reukwerk op voor God en was de hogepriester aanvaard. Zo zijn ook wij doortrokken met het reukwerk van Christus om een geur van Christus te zijn op aarde met een tweevoudige bedoeling.


2 Kor.2:14-16 God zij gedankt dat Hij ons, die één zijn met Christus, in Zijn triomftocht meevoert en dat Hij overal door ons de kennis over Hem verspreidt als een aangename geur. Wij zijn de wierook die Christus brandt voor God, zowel onder hen die worden gered als onder hen die verloren gaan. Voor de laatsten is het een onaangename geur die tot de dood leidt, voor de eersten een heerlijke geur die leven schenkt.


F: Een nieuw lied.
Openb.5:9-10 En ze zetten een nieuw lied in: U verdient het om de boekrol te ontvangen en
zijn zegels te verbreken. Want U bent geslacht en met Uw bloed hebt U voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal. U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.


Als Mens in een opstandingslichaam heeft Jezus de boekrol van de eindtijd uit de rechterhand
van de Vader genomen; Hij is volledig God, maar heeft als Mens de boekrol aangenomen.
Dat betekent dat Hij volledige verantwoordelijkheid neemt voor leiderschap over de natuurlijke geschiedenis van de mensheid om deze tot een hoogtepunt en een eindconclusie te brengen. Het is de essentie van Openb.5, dat een Mens leiderschap uitoefent over het sluiten van de natuurlijke geschiedenis van de mensheid en een nieuw begin maakt met het koningschap van God over de aarde. De vier serafs en vierentwintig oudsten reageren in diep ontzag, en werpen zich op de grond en aanbidden het Lam met een nieuw lied.


G: Het nieuwe lied in de Bijbel.


Ps.33:3 Zing voor Hem een nieuw lied, speel en zing met overgave.


Ps.40:3 Hij gaf mij een nieuw lied in de mond, een lofzang voor onze God. Mogen velen het zien vol ontzag en vertrouwen op de HEER.


Ps.96:1 Zing voor de HEER een nieuw lied, zing voor de HEER, heel de aarde.


Ps.98:1 Zing voor de HEER een nieuw lied; wonderen heeft Hij verricht. Zijn rechterhand heeft overwonnen, Zijn heilige arm heeft redding gebracht.


Ps.144:9 Ik wil een nieuw lied voor u zingen, God, voor U spelen op de tiensnarige harp,


Ps.149:1 Halleluja! Zing voor de Heer een nieuw lied, roem Hem te midden van Zijn getrouwen.


Jes.42:10 Zing voor de HEER een nieuw lied, laat Zijn lof klinken van de einden der aarde, jullie die de zee bevaren, en alles wat leeft in zee, jullie, eilanden, en allen die daarop wonen.


Openb.5:9 En ze zetten een nieuw lied in: U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken.


Openb.14:3 Er werd voor de troon en voor de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen, behalve de 144.000 mensen die van de aarde zijn vrijgekocht.


Het begrip ‘een nieuw lied’ komt negen keer voor in de Bijbel, waarvan zes keer in de psalmen, één keer in Jesaja en twee keer in Openbaring. Zeven van de negen keer betreft het alle naties op de aarde, en maar twee keer betreft het een persoonlijk lied van bevrijding (Ps.40:3, 144:9). Maar hoewel deze twee liederen getuigden van persoonlijke overwinning, hadden ze grote invloed op de heerschappij van Gods koninkrijk in de hele natie van Israël. Door de bevrijding van David werden namelijk nieuwe hoofdstukken aan de geschiedenis van Israël toegevoegd.


Het feit dat hier gesproken woord van nieuwe liederen heeft niet alleen maar betrekking op nieuwe woorden en nieuwe melodieën; er zijn veel meer dimensies aan het begrip ‘een nieuw lied’. Een nieuw lied is nieuw in de betekenis dat het letterlijk nieuwe dimensies van Gods koninkrijk opent, en belangrijke seizoenen van Gods heerschappij op aarde laat aanbreken.


Het nieuwe lied vertelt niet alleen maar over het nieuwe seizoen, maar veroorzaakt ook de doorbraak van een nieuw seizoen in Gods koninkrijk op aarde. Dankzij dit soort nieuwe liederen neemt de geschapen orde deel aan het nieuwe dat God verlangt om te geven.


Nieuwe liederen openen doorbraken van de Heilige Geest in geografische gebieden op aarde; nieuwe liederen zijn nieuw in kwaliteit, karakter, invloed, reikwijdte, betekenis, en superieur in waarde. In de Bijbel worden dergelijke liederen ‘geestelijke liederen’ genoemd, of liederen die door de Geest geïnspireerd zijn.


Ef.5:18-19 …… maar laat de Geest u vervullen,en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer.


Kol.3:16 Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.


Deze geestelijke liederen vormen dus een aparte categorie naast de psalmen en hymnen die in de beide teksten genoemd worden. Het nieuwe lied dat in Openb.5:9-10 gezongen wordt, is een vrijwillige instemming en partnerschap van de Bruid van Christus met de wijsheid van Jezus en de Goddelijke noodzaak om de oordelen van de eindtijd op de aarde los te laten, zodat het eerste en tweede gebod uit Matt.22:37-40 weer in ere kunnen worden hersteld, en zodat de grote oogst van de eindtijd kan worden binnengehaald, waardoor de weg wordt bereid voor de komst van de Bruidegom-Koning.


H: De onthulling van Gods karakter in de nieuwe liederen.


Psalm 33.
God is rechtvaardig en betrouwbaar (vers 4). God heeft recht en gerechtigheid lief (vers 5). God is de Schepper van hemel en aarde (vers 6-9). God bestuurt de geschiedenis van de mensheid met grote wijsheid (vers 10-11). God is een hartstochtelijk Liefhebber van Zijn volk (vers 12, 18-20). God is alwetend (vers 13-15, 18). God is genadig (vers 18-19, 22). God is heilig (vers 21).


Psalm 40.
God is een Bevrijder (vers 2-3, 17-18). God doet grote wonderen (vers 6). God is trouw, rechtvaardig en liefdevol (vers 11). God is vol ontferming in Zijn liefde en trouw (vers 12).


Psalm 96.
God is een Redder (vers 2). God is vol majesteit en doet grote wonderen (vers 3). God is groot en geducht (vers 4). God is de Schepper (vers 5). God is vol van glans en glorie, macht en luister, groot in majesteit (vers 6-9). God is Koning en Rechter (vers 10+13).


Psalm 98.
God doet wonderen van overwinning en redding (vers 1). God openbaart Zijn gerechtigheid in Zijn overwinning (vers 2). In Zijn overwinning is God liefdevol en trouw voor Zijn volk (vers 3). God is Koning (vers 6). God is een Rechter in gerechtigheid en recht (vers 9).


Psalm 144.
God is een veilige Rots (vers 1). God is een Leraar in de strijd (vers 1). God beschermt met Zijn schild in Zijn veilige vesting en burcht (vers 2). God heeft grote aandacht voor mensen (vers 3). God is een God van vurige emoties (vers 5-6). God is een Bevrijder (vers 10).


Psalm 149.
God is een machtige Schepper (vers 2a). God is Koning (vers 2b). God vindt vreugde in Zijn volk (vers 4a). God versiert nederige mensen met Zijn redding (vers 4b).


Jesaja 42 over de Vader.
God ondersteunt met vreugde in Zijn hart en geeft Zijn Geest (vers 1). God openbaart Zijn recht door Zijn Zoon Jezus, zodat de volken op aarde verlost worden (vers 1-4, 6-7). God is de Schepper van hemel en aarde (vers 5). God is een jaloers God en deelt Zijn majesteit en eer niet met afgoden (vers 8). God kent het begin en einde van alle dingen (vers 9). God is een Krijgsheld en heldhaftige Aanvoerder in de strijd (vers 13). God is zeer geduldig (vers 14).


Jesaja 42 over de Zoon.
Jezus is een Dienaar (vers 1). Jezus is de Uitverkorene van de Vader (vers 1). Jezus is vol van de Heilige Geest (vers 1). Jezus verkondigt het volle recht van God (vers 1-4). Jezus is het licht voor alle volken (vers 6-7).


Openbaring 5.
Jezus is het Lam van God, dat met Zijn bloed mensen gekocht heeft (vers 9b). Jezus heeft deze mensen voor God gemaakt tot een koninkrijk van priesters (vers 10). Daarom is Jezus waardig om de boekrol van de eindtijd te ontvangen en de zeven zegels van de oordelen van God te verbreken (vers 9a).


Openbaring 14.
Jezus het Lam staat op de berg Sion (vers 1).


J: De onthulling van het karakter van de zangers in de nieuwe liederen.


Psalm 33.
De zangers zijn rechtvaardig en oprecht (vers 1), vol overgave in muziek en aanbidding (vers 2-3), vol ontzag voor de Heer (vers 8), gelukkig met God (vers 12+21), vol ontzag wachtend op Gods trouw (vers 18-22).


Psalm 40.
De zangers wachten vol verlangen op de Heer (vers 2), want ze hebben bevrijding nodig (vers 2-3, 13-18), ze vertrouwen op de Heer en raken niet verstrikt in leugens (vers 5), ze zijn overweldigd door de onvergelijkbare goedheid van God (vers 6b), ze hebben geopende oren voor de stem van God (vers 7), ze gehoorzamen God met vreugde (vers 8-9a), het woord van God staat in hun hart geschreven (vers 9b), ze getuigen van de rechtvaardigheid van de Heer (vers 10-11), ze erkennen de zondige zwakheid van hun hart (vers 13+18), ze verwachten geluk, vreugde en redding van de Heer (vers 17).


Psalm 96.
De zangers zingen voor de Heer (vers 1, 11-12), ze verkondigen Gods redding (vers 2), ze maken Gods majesteit en wonderdaden bekend aan alle volken (vers 3+10), ze erkennen Gods majesteit en macht (vers 7), en brengen geschenken in Zijn huis (vers 8), waar zij zich neerbuigen voor de Heer in Zijn heilige glorie (vers 9), en ze hebben visie op de Heer als de rechtvaardige Rechter (vers 13).


Psalm 98.
De zangers zingen voor de Heer (vers 1), juichen en jubelen voor Hem (vers 4, 7-8), maken vrolijke muziek voor Hem (vers 5-6), want ze zien Zijn liefde en trouw voor Israël (vers 3), en ze erkennen Hem als de Rechter van de hele aarde (vers 9).


Psalm 144.
De zangers worden door de Heer getraind in de strijd (vers 1), vinden al hun veiligheid en bescherming bij God (vers 2), ze hebben bevrijding nodig (vers 5-8, 10-11), ze zingen en spelen voor God (vers 9), ze zijn vruchtbaar in hun bediening (vers 12-14), en ze zijn gelukkig met God (vers 15).


Psalm 149.
De zangers zingen en roemen de Heer (vers 1), ze behoren bij Zijn getrouwen (vers 1b, 5b, 9b), ze juichen en jubelen om God hun Koning (vers 2-3, 5-6), ze zijn nederig (vers 4), ze kennen de geestelijke strijd (vers 6), ze oefenen de wraak van God uit over Zijn vijanden (vers 7-9), en ze worden door de Heer bekleed met schoonheid en glorie (vers 4+9b).


Jesaja 42.
De zangers zingen luidkeels en barsten uit in gejuich (vers 10-11), ze aanbidden God en verkondigen Zijn lof (vers 12), ze hebben bevrijding nodig (vers 13, 22).


Openbaring 5.
De zangers zijn vrijgekocht met de bloed van Jezus (vers 9b), ze zijn gemaakt tot een koninkrijk van priesters, en ze zullen als koningen op de aarde heersen (vers 10), ze aanbidden de Vader en het Lam op de troon (vers 13).


Openbaring 14.
Het selecte gezelschap van 144.000 zangers hebben de naam van Jezus en van de Vader op hun voorhoofd (vers 1), hun stemmen klinken als geweldige watermassa's en zware donderslagen en ook als het geluid van muzikanten die op de harp spelen (vers 2), ze hebben een bevoorrecht geestelijk inzicht (vers 3), ze zijn vrijgekocht van de aarde als eerstelingen voor God en het Lam (vers 3b+4b), ze zijn maagdelijk gebleven (vers 4), en ze volgen Jezus het Lam met radicale toewijding (vers 4b), ze zijn vrij van leugen en onberispelijk (vers 5).


K: Het centrale thema van de nieuwe liederen.


Psalm 33.
Het hoofdthema van Psalm 33 is God als Schepper van hemel en aarde (vers 6-9), die vanaf Zijn troon al Zijn schepselen nauwkeurig gadeslaat; Hij let op hun motieven en doorziet al hun daden (vers 13-15). Om deze reden behoren alle mensen op de aarde ontzag voor Hem te hebben, want de aarde is vol van Zijn liefde en trouw (vers 4-5). Hij regeert met wijsheid en verstand over de geschiedenis van de mensheid, en brengt Zijn plannen volledig tot een goed einde (vers 10-11), waarbij Hij menselijke middelen en brute kracht buiten werking stelt (vers 16-17).Uit de mensheid heeft Hij Zijn eigen volk gekozen (vers 12), en Hij maakt hen tot een heilig volk van rechtvaardigen die Hem met een oprecht hart en vol overgave aanbidden (vers 1-3). Zijn ogen rusten op hen en Hij beschermt hen in alle gevaren (vers 18-19), zodat zij voortdurend vol verlangen naar Hem uitzien en hun vreugde vinden in Hem (vers 20-22).


Psalm 40.
Psalm 40 is een persoonlijke psalm van een man die worstelt met vervolging en rampen ten gevolge van persoonlijke zonde (vers 13-16). Maar in zijn nood heeft hij tot de Heer geroepen (vers 2, 14, 18), en hij heeft ervaren dat God hem uit de moeilijkheden trok en weer vaste grond onder zijn voeten gaf (vers 2-3). Hij is blij dat hij op de Heer vertrouwd heeft (vers 5), zodat er weer een nieuw lied in zijn hart klinkt (vers 4a); en hij prijst God om de geweldige bevrijding die God hem geschonken heeft (vers 6, 12). Hij getuigt vrijmoedig van Gods bevrijdende goedheid (vers 4b, 6b, 10-11), en nu kan hij met hernieuwde toewijding en overgave de wil van God doen (vers 7-8), omdat het verlangen naar God en Zijn woord diep in zijn hart is (vers 9). Hij weet dat hij met zijn getuigenis tot een voorbeeld voor anderen zal zijn (vers 17).


Psalm 96 + 98.
In deze beide psalmen wordt de hele aarde opgeroepen om God te aanbidden vanwege Zijn majesteit en glorie, Zijn macht en luister, Zijn gerechtigheid en recht, want Hij is de Koning die alle macht heeft om als Rechter alle gerechtigheid en recht uit te oefenen, en alles uit de weg te ruimen wat Zijn liefde als hartstochtelijk gepassioneerde Bruidegom verhindert. Beide psalmen eindigen met de oproep om Hem te aanbidden, want Hij is in aantocht als Rechter van de aarde, en rechtvaardig zal Hij de wereld berechten en de volken oordelen naar de rechtmatige maatstaf van Zijn woord. (96:11-13, 98:7-9).


Psalm 144.
Psalm 144 is weer een persoonlijke psalm van een man die geoefend wordt in de strijd (vers 1-2), terwijl hij belaagd wordt door tegenstanders (vers 7-8, 11). Terwijl hij geoefend wordt in deze strijd, leert hij de geestelijke strijd door gebed (vers 5-7), en ervaart hij de bevrijding van de Heer (vers 10). In het proces van strijd en overwinning ontvangt hij een nieuw lied van God, dat hij met muziek en aanbidding tot God terug zingt (vers 9). De vrucht van deze strijd zijn geestelijke nakomelingen (vers 12), geestelijke overvloed en bescherming (vers 13-14), en de conclusie dat een leven met God meer genot verschaft dan heel de wereld bieden kan (vers 15).


Psalm 149.
Psalm 149 spreekt over wat de werkelijke glorie is voor hen die trouw zijn aan de Heer (vers 9b). De getrouwen van de Heer (vers 1, 5, 9) worden opgeroepen om de Heer te aanbidden met zang en muziek, vreugde en dans (vers 1-3), omdat de Heer vreugde vindt in Zijn volk en hen die nederig zijn kroont met de schoonheid van Zijn redding (vers 4). Deze vreugde van de Heer komt tot uitdrukking in aanbidding van God (vers 5-6a) en toerusting met het scherpe, tweesnijdende zwaard van Gods woord voor de geestelijke strijd (vers 6b). Met aanbidding in hun hart en het zwaard in hun hand oefenen de getrouwen van God het in het woord van God beschreven recht over de vijanden van God uit (vers 7-9a).


Jesaja 42.
Jesaja 42 roept het volk van God op om de Heer te aanbidden met een nieuw lied (vs.10-12), omdat Hij nieuwe dingen gaat doen die eertijds al waren voorzegd (vers 9). Deze nieuwe dingen van God komen tot expressie in de eerste komst van Jezus (vers 1-7), en de tweede komst van Jezus (vers 13-16). Deze boodschap wordt in de eerste plaats tot Israël gericht, omdat dit volk blind en doof geworden is voor de waarheid van God (vers 18-20, 22-24); daardoor was het nodig dat God Zijn brandende toorn over hen moest uitstorten (vers 25). Vroeger schiep God er een behagen in om hen te onderrichten met de kracht van de waarheid terwille van Zijn rechtvaardigheid (vers 21), maar nu doet Hij nieuwe dingen om tot Zijn doel te komen (vers 8-9).


Openbaring 5.
Openbaring 5 onthult de waardigheid van Jezus het Lam om de boekrol van de eindtijd uit de rechterhand van de Vader te ontvangen, omdat Hij de wijsheid, liefde en macht heeft om de oordelen van God over de aarde rechtvaardig ten uitvoer te brengen. Dit nieuwe lied is een lied van aanbidding dat instemt met de weg die Jezus het Lam op aarde zal gaan.


Openbaring 14.
Openbaring 14 toont Jezus het Lam op de berg Sion, van waaruit Hij de laatste oordelen van God over de aarde loslaat; Hij wordt vergezeld door een select gezelschap van 144.000 messiaanse Joden, die Hem radicaal volgen waar Hij ook heengaat. De inhoud van dit nieuwe lied is zo krachtig en hoogverheven, dat alleen de 144.000 volgelingen het kunnen leren begrijpen en zingen.


K: Samenvatting.


Psalm 33 toont God als Schepper in Zijn soevereiniteit over de geschiedenis van de mensheid.


Psalm 40 toont de persoonlijke worsteling van een gelovige om te komen tot volledige en radicale gehoorzaamheid en liefdevolle toewijding.


Psalm 96+98 tonen de komst van de Koning-Rechter-Bruidegom.


Psalm 144 toont de persoonlijke oefening in strijd en overwinning.


Psalm 149 toont de collectieve oefening in strijd en overwinning.


Jesaja 42 toont het ingrijpen van God de Vader door de eerste en tweede komst van Jezus.


Openb.5 toont de waardigheid van Jezus het Lam als beheerder van de boekrol van de eindtijd.


Openb.14 toont Jezus het Lam als overwinnaar in de laatste fases van de eindtijd.


L: De reikwijdte van de nieuwe liederen.


Psalm 33: de hele aarde (vers 8), alle naties van de aarde (vers 10), alle bewoners van de aarde (vers 13-14).


Psalm 40: velen die het zien (vers 4b), een grote gemeente (vers 10-11).


Psalm 96: heel de aarde (vers 1, 9, 13), alle volken en naties (vers 3, 7, 10), hemel en aarde en zee (vers 11), het veld en de bomen (vers 12).


Psalm 98: alle volken (vers 2, 9), de einden der aarde (vers 3), heel de aarde (vers 4, 9), de wereld met haar bewoners (vers 7), de zee en rivieren en bergen (vers 7-8).


Psalm 144: volgende generaties (vers 12), het hele volk (vers 15).


Psalm 149: het volk Israël (vers 1-2), Gods getrouwen (vers 1, 5, 9), volken en naties (vers 7).


Jesaja 42: de volken (vers 1), de aarde en eilanden (vers 4), blinden en gevangenen en
gebondenen (vers 7), de einden der aarde en de zee en eilanden (vers 10), de woestijn en steden en bergbewoners (vers 11).


Openb.5: de serafs en de 24 oudsten (vers 8), grote aantallen engelen (vers 11), alle schepselen in de hemel en op aarde en onder de aarde en in de zee (vers 13).


Openb.14: alle mensen op de aarde uit alle landen en volken, van elke stam en taal (vers 6).


M: De waardigheid van Jezus om de boekrol te nemen.
Openb.5:9-10 En ze zetten een nieuw lied in: U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want U bent geslacht en met Uw bloed hebt U voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal. U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.


M1: Vijf stadia in dit nieuwe lied.
Er is een domino-effect in het nieuwe lied van Openb.5:9-10, dat tot een hoogtepunt van aanbidding leidt in de hele schepping. Het hoofdmotief voor de aanbidding zit in de aanhef van het nieuwe lied: U verdient het de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Zoals de Vader omschreven wordt als waardig in Openb.4:11, zo wordt ook Jezus nu omschreven.


1) de aanbidding begint bij de vier serafs en de vierentwintig oudsten (5:9).
2) grote massa’s engelen rond de troon nemen daarna ook deel aan de aanbidding (5:11-12).
3) daarna neemt de hele schepping deel aan de aanbidding (5:13).
4) de vier serafs reageren met ‘amen’ (5:14a).
5) de vierentwintig oudsten werpen zich in aanbidding neer (5:14b).


M2: Een tweevoudige aanbidding van Jezus het Lam.
De aanbidding van Jezus betreffende Zijn waardigheid in Openb.5:9 verschilt van de aanbidding van Jezus in Openb.5:12. De waardigheid van Jezus in vers 9 beschrijft Zijn kwalificatie om de boekrol te openen vanwege het feit dat Hij geslacht is geweest. Hier wordt de waardigheid van Jezus als Mens beschreven, zodat niemand hoeft te twijfelen aan de wijsheid en liefde en macht van Jezus om de afsluiting van de menselijke geschiedenis volkomen in goede banen te leiden, zowel met het vuur van Zijn passie als het vuur van Zijn oordeel. De serafs als hoogste leiders van de engelen en de vierentwintig oudsten als de hoogste leiders van de mensen nemen elke bedenking, twijfel of onzekerheid over de bekwaamheid van Jezus weg.


In de tweede aanbidding in Openb.5:12 nemen alle rangordes van de engelen deel aan de aanbidding van Jezus, omdat zij de waardigheid van Jezus bevestigd zien; Hem komt alle macht, alle rijkdom en wijsheid, alle kracht en eer, alle lof en dank toe, omdat Hij volledig waardig is gebleken. De waardigheid van Jezus blijkt uit het feit dat Hij de weg van het kruis is gegaan.
Openb.5:9 Want U bent geslacht en met Uw bloed hebt U voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal.


Het feit dat Jezus bereid was om de weg van de vernedering aan het kruis te gaan, bewijst dat Hij een vurig brandend hart heeft om het allerbeste voor de mensen te zoeken. Daardoor heeft Hij ons verlost, zodat wij deel kunnen uitmaken van Zijn koninkrijk en heerschappij; Hij is de Koning die als een Dienaar bereid is het allerbeste voor mensen te zoeken (Matt.20:28). Hoewel Hij als Zoon van God alle macht en glorie bezat, was Hij bereid om dat alles op te geven om ons te kunnen redden; dat kwalificeert Hem om leiderschap te ontvangen over het sluitstuk van de menselijke geschiedenis, want Hij heeft bewezen dat Hij het allerbeste zoekt voor mensen omdat Hij hen liefheeft.


Alle engelen en oudsten proclameren de uitmuntendheid van Zijn leiderschap en stemmen in met Zijn kwalificatie voor het beheer van de boekrol van de eindtijd. Door Zijn dood aan het kruis heeft Jezus bewezen dat Zijn hartsgesteldheid en Zijn motieven volledig zuiver zijn. Daarom danken alle engelen en oudsten Hem uitbundig voor Zijn overvloedige macht, kracht, rijkdom en wijsheid. Het leiderschap van Jezus is beproefd, getest, gelouterd en kan volledig vertrouwd worden, omdat Hij betrouwbaar is gebleken. Jezus is de Enige die betrouwbaar is in het loslaten van grote verwoesting op de planeet aarde; Hij is betrouwbaar in al Zijn macht, wijsheid, liefde en bedoeling om het beste voor de mensheid te zoeken.


Dit is een uiterst belangrijk punt voor de gemeente van de eindtijd, omdat vele tientallen miljoenen mensen in grote woede hun vuist tegen God zullen ballen, wanneer Hij alle dingen op de aarde begint te schudden. De haat van mensen tegen God zal tot een absoluut dieptepunt zakken, wanneer Jezus de oordelen van de boekrol op de aarde loslaat. Het is voor de gemeente bijzonder belangrijk om in te stemmen met Jezus wanneer Hij de zegels verbreekt, en dat is geen vanzelfsprekende zaak (Jes.59:16, 63:5a). Het is intens noodzakelijk om met een zuivere hartsgesteldheid in te stemmen met Jezus die de vele volken op aarde als een aarden pot verbrijzelt met een ijzeren staf (Ps.2:9, Openb.12:5, 19:15).


Daarom is het nodig om een diepe intense intimiteit met Jezus te ontwikkelen (Ps.2:10-12).
Openb.5:10 U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.


Jezus is niet alleen maar waardig omdat Zijn plan zo briljant is, maar ook omdat Zijn plan zo effectief is; door Zijn bloed heeft Hij ons uit elke stam en taal en volk en natie gekocht en ons gemaakt tot een koninkrijk van priesters voor God de Vader. Daardoor zijn wij in staat om de Vader alle eer te geven die Hem toekomt, want Zijn wil is de oorsprong van alles wat er is (Openb.4:11). Uit elke stam en taal en volk en natie zullen er vertegenwoordigers voor de troon van God staan om de Vader en de Zoon te aanbidden (Openb.5:13).


N: Eindconclusie.
Als Jezus waardig is om de boekrol van de eindtijd uit de rechterhand van de Vader te ontvangen en de zeven zegels te verbreken, willen wij niets anders dan dat de boekrol geopend wordt.


Maar het openen van de boekrol betekent het vrijzetten van de oordelen van God over de aarde. Willen wij dat werkelijk? Ja, wij willen genezing als oordeel over ziekte, wij willen bevrijding als oordeel over gebondenheid, wij willen bekering en vergeving als oordeel over de zonde, maar willen wij ook oordelen als oorlog, rampen, aardbeving, martelaarschap? Toch bewerken ook deze oordelen gerechtigheid voor God.


Jes.26:9 Reikhalzend kijk ik naar U uit, zelfs 's nachts verlang ik naar U. Wanneer U een oordeel over de wereld velt, zullen de mensen op aarde gerechtigheid leren.
Wij willen dat het koninkrijk van God en Zijn glorie de aarde gaan vervullen, maar hoe zal dat gaan gebeuren? Hoe zal dat tot stand komen? Om de glorie van God te kunnen zien moet de boekrol geopend worden, maar de boekrol zal niet geopend worden totdat een nieuw lied van vrijwillige instemming opklinkt voor de troon van God.


Om deze nieuwe liederen te kunnen ontvangen moeten wij binnenstappen in de realiteit van de waardigheid van Jezus en Zijn kwalificatie om de zegels van de boekrol te kunnen verbreken. Wij zullen echter nooit de waardigheid van God de Vader en de Zoon begrijpen, wanneer wij niet openbaring ontvangen over de transcendente schoonheid van God.


Deze openbaring kunnen wij alleen maar ontvangen, wanneer wij leren om te mediteren op de gegeven informatie in Openb.4 + 5. Wanneer wij deze weg bewandelen, zullen wij deel krijgen aan de aanbidding van de Vader en de Zoon, en zo volledig instemmen met Hun wijsheid, liefde en macht om de geschiedenis van de mensheid tot een goed einde te brengen en het duizendjarige vrederijk te laten aanbreken.




V.v.d.B. (Vriend van de Bruidegom)


Deze studie heeft als uitgangspunt het onderwijs over de eindtijd van Mike Bickle, direkteur van het "International House Of Prayer" in Kansas City (U.S.A.) www.ihop.org
Zie voor meer studies over dit onderwerp in de Nederlandse taal op de website van Vriend van de Bruidegom Hefzibah